door Len Borgdorff, 5 augustus 2019

 

Geef me nog wat wijn, want het leven is niets.

De man die me grijnzend liet kennismaken met een van de laatste, op zijn sterfbed geschreven, dichtregels van Pessoa is al jaren dood, maar toen hij me deelgenoot maakte van die regel had hij nog bijna een kwart eeuw te gaan. Pas in 2000 zou hij worden ingehaald door het vuur van alcohol en nicotine waarmee hij tot dan toe had gemeend zijn turbulente geest enigszins in de hand te kunnen houden.

 

 

Ook met pilletjes kun je de overdadige wijze waarop het leven door je kop dendert een halt toe roepen.

Of je laat je overspoelen door de onbedaarlijke veelheid, vergelijkbaar met een bosbrand misschien, dat het zwart ziet. Tijdens de Koninginnenacht van 1990 zag ik plotseling op afstand het hoofd van een collega boven de vrijmarktgangers uit steken. Die krioelden langs hem heen alsof hij daar niet stond. In zekere zin was dat ook zo, te vol als hij op dat moment was van zijn eigen lege zwartheid die hem belette nog maar een stap te zetten. Ik ben die zwarte blik van toen nooit vergeten, de blik van een onpersoon.

 

Dat was de eerste keer dat ik hem zo zag. Na maanden was hij weer aardig hersteld. Een paar jaar later ging het weer mis. En weer beter, weer goed zelfs, en weer mis. Nu is het weer goed. Als het om Pessoa gaat, moet ik altijd aan hem denken, aan de ogen op de vrijmarkt, maar ook aan de grijns van de man die in de alcohol verdronk. Of aan iemand die de zwarte leegte van een overvol hoofd uit de ogen drupt, aan mensen met een bosbrand in hun hoofd. Het is een klont aan associaties die me verontrust.

 

In het land van Pessoa woeden momenteel weer bosbranden, nog niet zo erg als twee jaar geleden, maar wel de moeite waard om ze in Nederland als nieuwsbericht op te nemen. In onze duisternis bidden we wel om het vuur dat nooit meer dooft, ‘qui ne s’ éteint jamais.’

Dat doen ze nu dus niet in de bossen van Portugal, bidden om een vuur dat nooit meer dooft. Daar hebben ze al een vuur dat zich maar amper doven laat.

 

Soms, bij sommige mensen, kan heilig vuur oplaaien tot een bosbrand die zich niet laat doven. Dat is geen echt vuur. Dat vuur is maar een beeld van wat onbestaand en onontkoombaar door iemands kop kan razen.

 

Er zijn ziekten die erger zijn dan alle ziekten.

 

Pessoa, en dat betekent persoon, persona, maar ook masker, hield er vele namen op na en schreef verschillende oeuvres. Hij werd de belangrijkste dichter die Portugal ooit kende, maar dat was pas na zijn vroege dood, toen zijn lijf de levenslange marinade in alcohol en nicotine niet langer kon verdragen.

 

Dit gedicht schreef hij op 19 november 1935, dat was elf dagen voor zijn dood.

 

Lees gedicht

 

Er zijn ziekten die erger zijn dan alle ziekten,
er is pijn die geen pijn doet, niet eens in de ziel,
maar die sterker is dan elke andere pijn.
Er zijn gedroomde angsten die echter zijn
dan de angsten die het leven ons brengt, gevoelens
die we alleen in onze verbeelding ervaren
maar die meer van ons zijn dan ons eigen leven.
Er is zoveel dat zonder te bestaan
bestaat, aanhoudend bestaat,
en aanhoudend van ons is…
Boven het vuile groen van de brede rivier
de witte v’s van de meeuwen…
Boven de ziel het zinloze gefladder
van wat nooit was en niet kan zijn en alles is.

Geef me nog wat wijn, want het leven is niets.

 

Fernando Pessoa

 

Fernando Pessoa, Een spoor van mezelf. Een keuze uit de orthonieme gedichten. Vertaling Harrie Lemmens. De Arbeiderspers, Amsterdam, 2019.

Submit to FacebookSubmit to Twitter