door Len Borgdorff, 3 juli 2019

 

Sinds de ziekte en het overlijden van zijn vrouw is Harmen erg in Christian Wiman. Er was nog geen werk van Wiman in het Nederlands vertaald toen. In A bright abyss vertelt Wiman het verhaal van zijn ziekte die hem voorbestemd leek te hebben om binnen niet al te lange tijd te overlijden en dat na periodes met veel pijn, met zijn groeiende geloof en zijn gehechtheid aan poëzie. De vrouw van Harmen overleed wel, Wiman niet. Sindsdien leest Harmen het boek van Wiman, liefst in vertaling, en sinds kort leest hij ook Radicaal Licht, ook vertaald door Willem Jan Otten, maar hij raadpleegt regelmatig het Engelstalige origineel. Hij is vooral onder de indruk van het daarin opgenomen gedicht 'Aubade' van Philip Larkin.

 

 

De mooiste regels van het gedicht vindt hij aan het slot. Hij citeert ze regelmatig en lacht erbij.

 

Postmen like doctors go from house to house.

 

Hij vindt het een realistische troost. Het gedicht timmert alle hoop op leven voorbij het leven volledig dicht. Ondanks dit besef, ook al weten we dat de dood iedere dag of nacht onverbiddelijk en ‘unresting’ een hele dag dichterbij komt, ook al weten we dat alleen dit de altijd aanwezige waarheid en zekerheid is, toch moet er, net als de vorige dag weer gewerkt worden en alle tijdelijke verbindingen tussen mensen worden door de post in stand gehouden, zoals de dokters en de wijkverpleegsters het leven dienen.


Lees gedicht

 

Aubade

 

I work all day, and get half-drunk at night.   

Waking at four to soundless dark, I stare.   

In time the curtain-edges will grow light.   

Till then I see what’s really always there:   

Unresting death, a whole day nearer now,   

Making all thought impossible but how   

And where and when I shall myself die.   

Arid interrogation: yet the dread

Of dying, and being dead,

Flashes afresh to hold and horrify.

 

The mind blanks at the glare. Not in remorse   

—The good not done, the love not given, time   

Torn off unused—nor wretchedly because   

An only life can take so long to climb

Clear of its wrong beginnings, and may never;   

But at the total emptiness for ever,

The sure extinction that we travel to

And shall be lost in always. Not to be here,   

Not to be anywhere,

And soon; nothing more terrible, nothing more true.

 

This is a special way of being afraid

No trick dispels. Religion used to try,

That vast moth-eaten musical brocade

Created to pretend we never die,

And specious stuff that says No rational being

Can fear a thing it will not feel, not seeing

That this is what we fear—no sight, no sound,   

No touch or taste or smell, nothing to think with,   

Nothing to love or link with,

The anaesthetic from which none come round.

 

And so it stays just on the edge of vision,   

A small unfocused blur, a standing chill   

That slows each impulse down to indecision.   

Most things may never happen: this one will,   

And realisation of it rages out

In furnace-fear when we are caught without   

People or drink. Courage is no good:

It means not scaring others. Being brave   

Lets no one off the grave.

Death is no different whined at than withstood.

 

Slowly light strengthens, and the room takes shape.   

It stands plain as a wardrobe, what we know,   

Have always known, know that we can’t escape,   

Yet can’t accept. One side will have to go.

Meanwhile telephones crouch, getting ready to ring   

In locked-up offices, and all the uncaring

Intricate rented world begins to rouse.

The sky is white as clay, with no sun.

Work has to be done.

Postmen like doctors go from house to house.

 

Philip Larkin

De ik doet eraan mee. Elke dag weer. En elke dag sluit hij af met het alcoholische gedicht van de wanhopige die weet hoe het zit. De slaap is een coma met een zeker promillage waaruit hij opklautert om de dag te aanvaarden met een aubade die de waarheid van de dood onder ogen ziet en die toch aan de dag begint. Als een vogel die fluit. Als een soort Harmen.

 

Philip Larkin, Collected Poems, The Marvell Press & Faber and Faber, London / Boston 1990.

Christian Wiman, Radicaal licht. De kunst van geloven, geloof in kunst. Vertaald door Willem Jan Otten. Brandaan, Amersfoort 2019.

Submit to FacebookSubmit to Twitter