door Joke van Nieuw Amerongen, 24 mei 2019

Wie zelfs midden in de nacht niet stopt met struinen door de stad is op zijn minst een beetje bijzonder. De dertiende roman van Vonne van der Meer volgt een gewaagde hoofdpersoon. Jutka, een Hongaarse kleuter, vlucht met haar moeder Krisztina naar Nederland tijdens de Hongaarse opstand in 1956. Vader Lászlóverkiest op het laatste moment om achter te blijven in Hongarije. Het is zonder meer knap dat de auteur erin slaagt om de lezer het gevoel te geven dat het de moeite waard is Jutka te volgen in haar zoektocht.

 

In Amsterdam ligt het geluk voor het jonge kind voor het oprapen, in de vorm van een langwerpige damestas van krokodillenleer. Het cadeau dat ze krijgt dankzij haar vondst blijkt een bepalende inspiratiebron voor Jutka en ze besluit als ‘vindeling’ door het leven te gaan. In principe staat ze open voor alles wat zich op haar weg voordoet. Zelfs offert ze haar postuur op aan haar uit de hand lopende hobby. Of was ze toch biologisch al voorbestemd om naar de aarde te turen? Hoe dan ook, ze noteert de gevonden voorwerpen in een schrift en getroost zich waar mogelijk de moeite om de zaken terug te brengen bij de eerlijke eigenaar. Tussen de regels door wordt echter duidelijk dat de Hongaarse stadjutter niet zozeer op zoek is naar wat ze in eerste instantie vindt. Ten diepste verlangt ze naar iets anders: naar relaties, met haar vader, een partner, een kind. Uitgezonderd een intermezzo in Parijs blijft Jutka een groot deel van haar leven zoekende. De proloog verklapt alvast dat ze pas stopt als ze iets gevonden heeft dat ze niet eens voor een tijdje vast mag houden.

De auteur doet het subtiel voorkomen alsof de hoofdpersoon daarna haar eigen verhaal schrijft, hoewel de ik-figuur bijna alleen wordt ingezet voor anderen: haar vader en personen waar ze verloren voorwerpen terugbrengt. Het vinden brengt haar namelijk in de levens van talloze bijfiguren en Van der Meer weerstaat de verleiding niet om haar talent als verhalenverteller in te zetten. Vonne van der Meer omzeilt de rauwe kanten van het leven daarbij niet. Een aantal van de ‘gelukkigen’ krijgt de gelegenheid om de eigen historie uit de doeken te doen. Een man die uitlegt hoe hij toch van zijn ex-vrouw is blijven houden. Een priester die uitlegt wat de doop betekent. Het vergt – zeker aan het begin – wel wat doorleesvermogen om je steeds in een nieuw personage te verdiepen. De verhalen passen in het plot en doen niet af aan het boek, maar zouden ook op zichzelf gelezen kunnen worden. Eens te meer blijkt Van der Meer het sterkst in het vertellen van korte verhalen.

Zijdelings passerend of blijvend: de personages zijn opnieuw met zorg samengesteld. Jutka en haar ouders vertolken de belangrijkste personen. Het kan de lezer niet ontgaan dat elk van de drie zijn eigen kijk op de zaak heeft en nooit precies weet hoe de ander dingen beleeft. Geen van de personages heeft alle gelijk aan zijn kant; zeker wat betreft Jutka en haar vader wordt dat pijnlijk duidelijk, bijvoorbeeld door de krenkingen over en weer. ‘Ze bleef waar ze was, aan een tafeltje bij het raam op de begane grond, maar vanbinnen tuimelde ze achterover door het glas en lag bloedend op het trottoir tussen de scherven.’

Wie meer van deze auteur gelezen heeft, herkent haar stijl. De insteek om personen te verbinden door het verzamelen en zoeken van voorwerpen, gebruikt ze vaker, zoals bij de Eilandtrilogie. Het plot bevat verrassende elementen, waar je als lezer niet op rekent. Datgene wat Jutka echt zoekt, is op het moment dat het zich voordoet doorgaans niet zoals ze het zich had voorgesteld. Het vinden brengt zowel desillusies als ongedachte mogelijkheden, maar soms gooit ze dan alsnog haar eigen glazen in. De moraal van het verhaal is wat meer verborgen dan bij Het smalle pad van de liefde of Winter in Gloster huis, maar kan de lezer ten slotte moeilijk ontgaan. De onderdompeling in het Széchenyibad aan de hand van haar vader verleent Jutka de vrede waar ze altijd al naar zocht. Het lijkt erop dat wie zoekt ook vindt, al dankt Jutka haar belangrijkste vinden niet direct aan het kijken naar de grond.

Als lezer vond ik het zowel verrassend als prettig dat haar zoekende leven niet geheel eindigt in een grote desillusie. Het vinden van geluk bleek minder eenvoudig dan het stuiten op een damestas van krokodillenleer, maar op het moment dat Jutka de pen vat om haar verhaal de wereld in te sturen, heeft ze een deel van wat ze altijd al wilde toch op haar pad gekregen.

Vonne van der Meer, Vindeling. Uitgeverij AtlasContact, Amsterdam, 2019. 240 blz., €19,99.

Submit to FacebookSubmit to Twitter