door Len Borgdorff, 31 december 2018

We zitten helemaal achter in de Blauwe Zaal van de Stadsschouwburg. De zaal is vol en binnen de kortste keren omineus genoeg zo stil als een graf. Ik kan daar wel een beetje nerveus van worden, nu ook.

Op het podium, ik bedoel, op de intensive care ligt de terminaal zieke Rein Tas (gespeeld door Kees Hulst). Hij wordt verzorgd door Engeltje Donderdag (Esther Scheldwacht, die het stuk ook schreef). Er is niet alleen een behoorlijk leeftijdsverschil tussen de twee, ze hebben ook als het om toekomst gaat weinig tot niets gemeen. Engeltje is net als Dante, zou je kunnen zeggen, halverwege het woud van haar bestaan verstrikt geraakt. En Tas heeft nog maar een paar dagen. Het stuk heet niet voor niets ‘Laatste paar dagen’.

Via aangenaam geklets over kaas, wijn en een teckel komt ook het op een dood spoor geraakte huwelijksleven van Engeltje aan bod. Liefde bestaat niet, zegt ze op een gegeven moment.

 

 

Dat zei Arend ook in januari 1978. Er was het een en ander loos in zijn huwelijk en plotseling was ze weg, zijn Cathy. We hadden het er voor over, want we zochten elkaar regelmatig op in het weekend, terwijl we elkaar ook elke dag op school tegenkwamen. Toen Cathy weg was, vertrouwde hij me toe dat liefde in zijn ogen niet bestond. Er was hooguit goed begrepen eigenbelang in het spel dat zich toevallig goed verdroeg met het eigenbelang van de ander.

Daar moest ik dus even aan denken tijdens het toneelstuk en ik was er dus even niet helemaal bij, al was wel duidelijk welke kant het op zou draaien: sterfbed zou een liefdessponde worden en een sterfbed, met een engel en een stervende zwaan.

Engeltje zegt dat ze haar man niet zal verlaten. Voor Rein hoeft ze dat ook niet te doen, want die zal het eind van het stuk niet halen. Maar deze wat scabreuze vorm van overspel brengt wel weer het geloof in liefde in haar leven en daarmee in de toekomst.

 

Dat is toch een mooie boodschap voor het nieuwe jaar. Er is geweest wat er was. Veel dood, veel vergissing, veel cynisme en ander ongeloof, maar we stappen 2019 in, met liefde!

Jawel, en toch vond ik het stuk te mager, als tekst. Te plat, het had nog te veel van dat welbegrepen eigenbelang dat wederzijds gediend wordt. En dan gaat het hier ook nog om de exclusieve liefde van twee minnaars aan wie nog zoveel verliefdheid voor beginners, of herbeginners kleeft. Zoiets. Maar hoe zeg je dat nou?

 

Dan is daar de kaart van Menno van der Beek. Hij gedenkt me wel vaker met iets moois, vaak een kwatrijn met coda. Nu ook weer:

 

Zoals het was en is, zo zal het blijven, Amen –

een slotgebed voor alles wat blijft staan

en ruimte maakt voor grote nieuwe dingen:

de liefde staat te spring en want ze komt eraan,

 

houd je de deur dicht, komt ze door het raam.

 

 

De voorstelling Laatste paar dagen wordt nog gespeeld in januari:  https://allesvoordekunsten.nl/laatste-paar-dagen/

 

Menno van der Beek, [Zoals…], [in beperkte oplage geschreven en afgedrukt voor intimi.]

Submit to FacebookSubmit to Twitter