door Len Borgdorff, 12 november 2018

 

‘Kam’ staat op bladzij 49. Even heb ik de neiging om een fotootje van Hans Hagen op te zoeken om een goed beeld te hebben van het haar waar het kammetje doorheen moet dat hij bezingt. Maar daarvoor is het kammetje te metaforisch. Intussen voert de fraaie illustratie naast het gedicht me naar de tijd dat Dick en ik, onafscheidelijke kameraden die we waren, ook in de zomer een lange broek begonnen te dragen en eenzelfde kammetje bij ons hadden dat we geregeld door ons haar haalden. Op dat kammetje stond ‘onbreekbaar.’ Ik joeg het door mijn toen nog steile koppie.

 

 

 

kam

 

Onbreekbaar

staat er op mijn oude kammetje

alle tandjes zitten er nog in

de o en de n zijn iets vervaagd

maar het is nog heel goed leesbaar

als het eerste tandje afbreekt

staat het er nog steeds

onbreekbaar

 

Dick had een stevige bos krul op zijn hoofd en ging, zodra die op de markt kwam, over op een stalen kam en later een borsteltje. Die afschuwelijke kam van staal heb ik overgeslagen, een borsteltje zou ik nog jaren gebruiken. Maar toen waren we…

 

En nu bedenk ik me iets heel anders. Ooit fietsten wij op Koninginnedag van Monster naar Delft, Dick en ik. We waren tien of elf. Bij een volkstuintjescomplex tussen Rijswijk en Delft werden we aangehouden door een man die ons vertelde dat hij meedeed aan een modelkapperswedstrijd. Of we even model wilden zijn om te oefenen. We gingen mee, een schuurtje in. Daar kamde hij onze haren. Met mij was hij het langst bezig. Nee, hij knipte niet. Hij kamde alleen. En constateerde dat ik roos had. Droog dun haar, droge huid. Hij vertelde ook wat ik daaraan moest doen. Met mijn hoofd voorover gaan staan, en dan maar flink met mijn vingers erdoorheen. Thuis moest ik van mijn moeder shampoo van Lady Enden gebruiken.

 

Nou ja, dat was het. Na tien minuten fietsten we weer vrolijk verder, naar Delft, waar we een strooien hoedje kochten, blauw. Het moest nog een paar jaar duren voor we die man vreemd zouden gaan vinden.

 

Het haar van Dick is nog steeds een dichte, weerbarstige struik. Ik breng mijn haar in model door er een paar vingers doorheen te halen.

De tijd dat we als tien- of elfjarigen driftig kammend een snackbar inliepen voor een patatje met ligt ver achter ons. Het kammetje zijn we kwijt. Wel lopen we nog geregeld een restaurant binnen. Een volgende keer zal ik er eens op letten of hij dan nog wat met zijn haar doet.

 

Hans Hagen, Onbreekbaar. Illustraties Deborah van der Schaaf. Querido, Amsterdam 2018.

Submit to FacebookSubmit to Twitter