door Len Borgdorff, 24 september 2018

 

Luuk gaat graag naar de speeltuin en hij is dol op treinen. Daarom vind je hem vaak op een schommel in De Pan. Hij kijkt naar het komen en gaan van de treinen, want die rijden hier bijna even talrijk als er kastanjes uit de bomen vallen, ook al zo´n betoverend wonder.

Zelf ben ik in het duwen van de schommel intussen handig genoeg geworden om dat blindelings te doen. En zo zie ik ook die vrolijk gekleurde karretjes met kinderen langskomen. Meestal staat er een jonge meid op die het geval in beweging houdt en stuurt. Altijd weer geniet ik van die karretjes. Alsof je een blik jong leven hebt open getrokken.

 

 

Op de kleuterschool leerden we het lied van de volgeladen wagen dat hoopvol eindigde met:

‘k Heb mijn wagen volgeladen vol met jonge meisjes
Toen ze op de markt kwamen zongen zij als sijsjes

Toen stelde ik me bij het liedje een sjofele kar voor van De Wilde en de koetsier was een oude man aan wie alles grauw en bruin was van wie het me onmogelijk leek dat hij ooit een liedje zou zingen.

Bij het eerste couplet zag ik onder andere Oma Voskamp, voor wie ik eigenlijk nogal bang was vanwege haar zwarte jurk, dat grijze gezicht van geplooide, stijf geworden pap waaruit een neus stak als een kromme vinger, en daarnaast een paar felle ogen. En daar dus een kar vol van.

Maar bij het laatste couplet trof ik meisjes aan als Annemarie en Jeanette, fleurige vlaggetjes op een aftandse modderschuit.

Ik sta daar bij die schommel mijn liedje te zingen in het besef dat de wereld er sinds toen onbedaarlijk veel mooier op geworden is. De oude wagen van De Wilde is vervangen door knalroze karretjes en de koetsier is een fiere meid die rechtop haar lading door de straten laveert, karretjes ook waarin geen plek is voor Oma Voskamp.

Luuk zingt mee. Hop paardje hop, hop paardje hop.

Voor de gesloten spoorbomen komen de twee karretjes tot stilstand. En als de trein voorbij is en de bomen weer omhoog wijzen, rijden ze verder. Wel een erg druk punt voor die elektrische bakjes, schiet me even door het hoofd. Maar ik moet verder met zingen en met duwen.

 

Lees gedicht

‘k Heb mijn wagen volgeladen vol met oude wijven
Toen ze op de markt kwamen begonnen zij te kijven
Nu neem ik van mijn levensdagen
Geen oude wijven op mijn wagen
Hop paardje hop, Hop paardje hop

‘k Heb mijn wagen volgeladen vol met oude mannen
Toen ze op de markt kwamen gingen ze samenspannen
Nu neem ik van mijn levensdagen
Geen oude mannen op mijn wagen
Hop paardje hop, Hop paardje hop

‘k Heb mijn wagen volgeladen vol met jonge meisjes
Toen ze op de markt kwamen zongen zij als sijsjes
Nu neem ik van mijn levensdagen
Steeds jonge meisjes op mijn wagen
Hop paardje hop, Hop paardje hop

 

Als ik thuiskom, hoor ik hoe die karretjes genoemd worden: stints.

Submit to FacebookSubmit to Twitter