door Els Meeuse, 19 september 2018

 

In de stilte die vakantie heet, las ik het bundeltje O, die wijze koeien (2017). De gedichten zijn wat vakantie ook is: rust, leven bij en uit de natuur, bespiegelingen van het leven, maar niet te ingewikkeld.

 

 

Ik las de rijmende gedichten - meest in klassieke versvorm gegoten, bijvoorbeeld het sonnet - vrij snel weg, beaamde regelmatig wat mij werd voorgeschoteld. Maar ik miste iets van het raadselachtige van poëzie. De onbevangenheid van een baby, het leren lopen van een peuter, een kleuter die in zijn broek plast, de ouderdom die doet vergeten. Het klopt en het zal allemaal wel. Liefde en dood, het zijn grote thema’s, maar helaas worden ze in de meeste gedichten niet vernieuwend benaderd. Een scheutje scherpe redactie zou het geheel goed doen. Sommige woorden moeten aan elkaar geschreven worden en de titel van de bundel bevat een komma, terwijl de zin in het titelgedicht kommaloos is. Ook inhoudelijk moet er geschrapt worden. Een lidwoord en een bijvoeglijk naamwoord minder in een zin doet soms al wonderen.

 

Mij bekroop tijdens het lezen op den duur even de gedachte die letterlijk in de bundel verwoord is: ‘Van dit gedicht wordt niemand wijzer [...]’. En toch, ondanks dat alles heeft de bundel iets intrigerends. Hier en daar liggen pareltjes verborgen. Ook de vele open deuren zijn soms nog weleens nuttig. Door alle beslommeringen van het leven kun je die open deuren in je huis op een kier gezet hebben. Een bundel als deze kan je dan ineens weer laten beseffen dat het toch echt om een openslaande tuindeuren gaat en dat het meer dan tijd is om die deuren weer eens wagenwijd open te zetten en te genieten. ‘Net als de koeien in het land / stil grazen voor het gras verdort. / Ik hoef alleen maar op te letten.’

 

Dat de auteur de christelijke religie van binnenuit kent is duidelijk. Zinnen als ‘Ik heb mijn ikje afgelegd’ en ‘Wie zoeken worden zelf gevonden’ spreken voor zich. De laatstgenoemde regel maakt deel uit van misschien wel het mooiste gedicht van de bundel. Er wordt een ‘jij’ aangesproken die alles te maken heeft met licht. Een mysterieuze jij, die tegelijk onmisbaar is. Als De Valk nou wat meer van dit soort gedichten schrijft, wat meer blijft zoeken in het raadsel van de taal, dan levert dat misschien nog wel prachtige gedichten op van zijn hand. Het gedicht is getiteld: ‘Jij Ander Licht’. ‘Wij hebben Jou opnieuw gevonden, / onder het stof vandaan gehaald; // Jij ander licht, dat anders straalt / en opwelt uit de diepste gronden. / Met niemand zijn wij meer verbonden, / werpt op de wegen die we gaan / scherper zijn licht op ons bestaan. / Wie zoeken worden zelf gevonden. // Jouw licht voert naar de mooiste zomer, / als ieder pad naar huis toe leidt / en sporen van de eeuwigheid / de lange middagen bekronen [...].’

 

Chris de Valk, O, die wijze koeien. Uitgeverij Abraxas, Amsterdam 2017, 70 blz., € 19,90.

 

Submit to FacebookSubmit to Twitter