door Len Borgdorff, 27 augustus 2018

 

Eerst bebladerde ik Kalfsvlies alleen maar en daarna sloeg ik aan het lezen, voor zover dat kan met zoveel reflexgevoelige beelden. Bij Dorst ging het helemaal verkeerd. Ik had dat na een paar regels wel in de gaten, maar toen was het al te laat: de grijze meisjes als paperclips in de openingsregel hadden al te veel bij me losgewoeld. Het is niet anders.

 

Grijze meisjes als uit elkaar getrokken paperclips proberen zich terug in hun

oorspronkelijke vorm te krijgen

 

 

Die grijze meisjes waren ongetwijfeld meisjes van mijn leeftijd, vaak het kastanje of oranje of het even kloeke als valse blond alweer voorbij. Maar dan die paperclips die hoe dan ook verraden dat de vorm van ooit er niet meer is. Dat is te zeggen… Een grijze jongen ziet dat toch een beetje anders. Al blijft het beeld zeldzaam fraai en indrukwekkend. Ik zeg het maar even.

 

Afgelopen vrijdagochtend liepen wij voor koffie en appelgebak in Vilsteren een terras op.

Daar zat Anneke.

In de uiterste hoek van het terras, half verscholen achter een man, meer kaal dan grijs, kamerbreed gestoffeerd met een geruite bloes en ongetwijfeld de bezitter van een van de e-bikes waar wij zojuist langsgelopen waren. Anneke zat er met een kortgeknipt grijs kapsel, bril, en het goede leven was haar zo te zien fraai geproportioneerd in het vlees gaan zitten, wat niet verwonderlijk is bij iemand die vijftig jaar geleden met wapperend lang blond haar op een mobyletje als een vrolijke Frau Antje het schoolplein af reed. Ik heb haar daarna nooit meer gezien, maar sinds facebook mailen we elkaar af toe.

Daar zat ze. Waarom zou ik anders onmiddellijk aan haar denken? Aan de andere kant van het ruime terras besteedde ik aandacht aan mijn appelgebak, hield ik vraatzuchtige en steeklustige wespen in de gaten en keek ik regelmatig de kant uit van Anneke. Ze keek ook regelmatig naar mij.

Vanwege mijn gegluur, denk ik, want natuurlijk was het Anneke niet. Intussen transformeerde het grijze meisje daar half achter die ruime lap geruite katoen tegenover haar moeiteloos in de goedlachse wapperende klasgenote van ooit.

 

Ik las een paar weken terug het boek over de ontmoeting en de oorlogsjaren van Leo en Tineke Vroman. Schrijfster Mirjam van Hengel vertelt hoe het haar opviel dat de ruim negentigjarige Vroman in zijn vrouw nog steeds vooral het meisje zag op wie hij zeventig jaar daarvoor verliefd was geworden. Op het omslag van het boek staat een foto van het paar uit 1947. Tineke ziet er mooi en jong uit. En zo is Vroman haar dus blijven zien: in zijn ogen hervond dit grijze meisje, de uitgetrokken paperclip, haar oorspronkelijke vorm, zo moeiteloos dat het ook helemaal geen grijs meisje leek te zijn.

 

Mente had liever iets hartigs gehad, maar daaraan kon het restaurant haar zo vroeg in de ochtend nog niet helpen. Gelukkig vond zij het appelgebak ook lekker.

We draaien al meer dan vijftig jaar om elkaar heen en ik zie heus wel een kleine verandering hier en daar, bij Mente. Maar steeds beweegt in alles wat ze doet ook de vijftien-, de twintig- en de veertigjarige in haar mee. Ook als ze haar appelgebak eet. Ik zie dat heel goed en ik ben niet gek. Zoals Vroman dat ook niet was.

 

Lees gedicht

Dorst

 

I

Grijze meisjes als uit elkaar getrokken paperclips proberen zich terug in hun

oorspronkelijke vorm te krijgen, dat gaat van rechtop naar buigen, steeds zijn

ze net niet wie ze waren, als een slang die moeite heeft met vervellen. Ze komen

uit een milieu waar bomen geen schors meer dragen, hier raak je meteen de

binnenste laag zoals de meisjes niet weten hoe ze zich kunnen verstoppen in

een winterjas, jongens op brommers bij iedere navel toeteren, nakijken tot een

straathoek zich als een ezelsoor om hen heen vouwt. Lot heten de meisjes als ze

achteromkijken en alles in lichterlaaie zetten, de geur van gesmolten plastic ze

zich die avond anders laat uitkleden, niet om zichzelf te vernieuwen maar om

sporen te wissen. In bad proberen ze vloeibaar te worden tot condens op ramen,

is dat niet wat ze willen: iemand van zijn uitdroging redden en steeds opnieuw

gedronken worden, dat dorst hetzelfde is als houden van in plaats van consu-

meren? Beneden zit de dronkaard die hen per ongeluk op de wereld zette als een

gevulde colafles met flessenvoetbal in het speeltuintje: iedereen mag een poging

wagen om ze helemaal leeg te krijgen, de winnaar krijgt het onvermogen voor

hen te zorgen. Pap, zeggen ze als ze uit bad komen maar zijn ogen zijn bloed-

doorlopen en wat hij ziet is te wazig om zijn eigen vlees te onderscheiden, zijn

kaken eeuwig aangespannen zodat hij zich niet kan vergissen in een glimlach.

Praten wordt hier gezien als de kwaadaardige kurk die iedere gelukzalige toevoer

stop zal zetten. Paperclips zijn ervoor bedoeld om dingen samen te houden en

alles wat die meisjes willen is niet loslaten door alles te verwoesten wat ze beet

kunnen houden: lege handen weten wat ze missen maar gevuld kunnen ze ieder

moment leeg raken. Daarna weer iemand zoeken die zijn vingers tot een matten-

klopper vormt om alle grijsheid eruit te slaan die vaker zwart ziet of zo seriel wit

als een ruimte waar beweging niet bij inbegrepen zit. Krampachtig proberen ze

verlaten tegen te houden door sigaretten uit te drukken, wonden trekken mensen

zoals wijnflessen vaders. Hard drukken als ze zich sissend vast laten leggen in de

huid, knakken peuken alsof ze ook geraakt lijken te worden door deze manier van

verzachten. Konden de meisjes zichzelf en hun geliefden maar gemakkelijk

zichtbaar houden, hun navels niet langer meer als autoaanstekers aanbieden.

 

Marieke Lucas Rijneveld

 

Dichters van zekere leeftijd zien in grijze meisjes misschien niet zozeer een uitgetrokken paperclip, maar meer een springveer.

 

Marieke Lucas Rijneveld, Kalfsvlies. Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam / Antwerpen 20188

 

Mirjam van Hengel, Hoe mooi alles. Een liefde in oorlogstijd. Rainbow, Amsterdam 2017.

Submit to FacebookSubmit to Twitter