door Len Borgdorff, 28 mei 2018

 

Op Schiphol draafde de paniek als een kudde wilde paarden op mij aan toen ik wel Mentes boarding pass op het schermpje van mijn mobieltje tevoorschijn kon toveren, maar niet die van mijzelf. ‘Mijn boarding pass, m’n boarding pass!’ riep ik. En dat zonder ook maar even te beseffen dat ik een woord als dit nooit dan met veel tegenzin door mijn strot krijg, al is ‘incheckbewijs’ ook een raar woord. Maar dat bedacht ik toen allemaal niet. Paniek is sterker dan taal.

 

Mentes oog viel op een balie die niemand bezocht en daar hielp men mij verder, waardoor wij nog voor de koffie met onze koffer langs de Taag liepen. Samen één koffer, had ik gemeend, dat kon best. Daar werd ik voor gestraft toen ik het 23 kilo wegende geval 80 treden op moest slepen. Ik deed het sleepwerk, Mente het telwerk. Dan hadden we ook nog fors geïnvesteerd in handbagage. Zo was de keuze tussen mijn uit ebbenhout, beton en zware metalen bestaande laptop en de iPad uitgedraaid op én én.

Maar toen had ik al kennis gemaakt met Pessoa. Het ging nog maar om de eerste ontmoeting; er zouden er nog tientallen volgen. Pessoa betekent persoon. Het viel me op hoeveel mensen er Pessoa kunnen zijn, al waren ze doorgaans veel ouder dan hij geworden is.

Er zijn veel trams en bussen in Lissabon. Daar maakten we gebruik van zonder er echt van te profiteren. En je kunt er goed eten. Daar hoorden niet de gerechten bij die wij ’s avonds bestelden. Alle twee iets anders, maar het een was nauwelijks onsmakelijker dan het ander.

Tijdens een ommetje na de maaltijd, vooral bedoeld om de nasmaak daarvan te vergeten, liepen we langs het geboortehuis van de beroemde dichter. Dat was kort nadat ik een foto had gemaakt van een mandje met buttons, waarin naast trammetjes bijvoorbeeld ook regelmatig de kop van Pessoa te zien was, heel anders dus dan bij het standbeeld bij het geboortehuis. Daar verdwijnt het hoofd van de dichter in een boek.

Voor het overige zie je zijn driehoekige snorretje, zijn ronde brilletje en zijn hoed overal. Iconen zijn het geworden in deze stad. Het verbaasde me daarom wel bijvoorbeeld een Charlie Chaplin in bevroren toestand tegen te komen ergens in een winkelstraat, maar niet een Pessoa met een tot kistje uitgehold boek voor zich, die een gedicht begon te reciteren zodra je er een euro of meer in gooide, in dat boek c.q. kistje. Zou hij alleen nog maar gezien worden in deze stad, en niet gelezen?

Maar wel door mij. Direct na de wandeling, bij de afsluiting van mijn eerste dag in Lissabon, sprak de dichter me bemoedigend toe.

Aan de vooravond van nooit vertrekken...

Aan de vooravond van nooit vertrekken
Hoeft men tenminste geen koffers te pakken
Noch plannen op papier te zetten,
Met onbedoelde begeleiding van wat men vergeet,
Voor het vertrek, vrijblijvend nog, de dag daarop.
Men hoeft niets, niets te doen
Aan de vooravond van nooit vertrekken.
Welk een rust niets meer te hebben om van uit te rusten!
Grote gemoedsrust, de gemoedsrust zelfs geen schouderophaal op te brengen
Voor dit alles, alles al gedacht te hebben,
Is het, welbewust te zijn beland bij niets.
Grote vreugde als geen vreugde meer van node is:
Een omgekeerde buitenkans.
Hoe vele malen lang reeds leef ik
Het vegetatieve leven van het denken!
Alle dagen,sine linea,
Rust in ruste, rust...
Grote gemoedsrust...
Welk een vrede, na zo vele reizen, geestelijke en lichamelijke!
Hoe heerlijk kijken is het naar de koffers, starend als naar niets!
Sluimer, mijn ziel, sluimer!
Grijp je kans en sluimer!
Sluimer!
Kort is de tijd die je gegund is! Sluimer!
het is de vooravond van nooit vertrekken!

(27-09-1934)

Fernando Pessoa, Gedichten. Verzorgd door August Willemsen. De Arbeiderspers, Amsterdam 1978

Submit to FacebookSubmit to Twitter