Liter presenteert wekelijks een review van een film die draait in Nederlandse filmhuizen. Dit keer: The Death of Stalin (2017), van Armando Iannucci.

 

door Peter Sierksma, 25 mei 2018

 

Een komedie over een massamoordenaar? Kan dat? Mag je grappen maken over serieuze zaken als de Holocaust of de Goelach Archipel? En wie kies je dan? Meneer ‘Wieder da’ met meer dan 6 miljoen Joden op zijn to-do lijstje of goede kameraad S met minstens 9 miljoen streepjes op zijn bucketlist?

 

 

 

Jawel

 

De Schotse regisseur Armando Iannucci vindt dat ’t wel kan. Eerder al viel hij op met televisieseries als The Sick of it en The Veep ofwel The Vice-president, waarin hij de Engelse en Amerikaanse politiek in de maling neemt. En nu grijpt hij bij zijn debuut op het grote witte doek de dood van Stalin aan voor een Monty Pythonachtige komedie, die zo absurd is, dat je haast niet meer kunt geloven dat de tiran Stalin echt bestaan heeft en er in een land als Letland niet voor niets nog talloze mensen wonen die nog altijd bang zijn voor de terugkeer van de lange arm van Rusland.

 

Satire

 

Maar gelukkig is er ook die andere kant. Soms is satire de ideale graadmeter voor een gezond, open en vrij, politiek systeem. In die zin hebben we bladen als Charlie Hebdo en figuren als de Duitse grappenmaker Jan Böhmermann hard nodig in een wereld waarin een nieuw soort absoluut leider (met ogenschijnlijke toestemming van het volk, want de verkiezingen worden altijd gewonnen) de macht lijkt te grijpen.

 

En ja, als je dan Steve Buscemi, toch een beetje de schlemiel uit The Big Lebowski, Chroetjsov ziet spelen en Michael Palin ziet bewegen als een molotovcocktail op eieren, dan vergeet je de ellende snel en valt er best wat te lachen.

 

Als Harry Mulisch, die een hekel aan small talk had, ergens binnenkwam en het gesprek op gang wilde brengen vroeg hij steevast: Hitler of Stalin? Benieuwd wie in het licht van komedie en slapstick uiteindelijk het grappigst was.

 

Kijk de trailer:

 

Submit to FacebookSubmit to Twitter