door Len Borgdorff, 22 mei 2018

 

‘Wien de goden liefhebben, nemen zij jong tot zich, zeiden de Ouden, maar dichters genieten ook hierin een voorrecht boven hunnen medeschepselen, dat een vroegtijdige dood hun, behalve de goddelijke, nog de andere genade verzekert, welke in de oogen der menschen gevonden wordt. Nog altijd heeft de wereld tranen over voor het stervenslot; en zoozeer volgt de dichterlijke roem, zelfs der grootste geesten, de golving der zee…’ Uiteindelijk komt volgens Kloos ─ dat hij dit schreef, zag je al bij het tweede woord ─ vooral de jong gestorven dichter niet alleen de genade van goddelijke kant toe, maar ook de genade van de menselijke herinnering. Hij demonstreert dat aan de hand van jong gestorven en niet vergeten dichters. Wij denken aan Keats, Shelley. En ik denk aan Novalis als Kloos even verder zegt: ‘Zou de stervende dichter dit gevoeld hebben, toen hij spotte, dat alle kunst ten slotte toch een blauwe nevel was?’ De vroeg-romantische dichter Novalis had namelijk iets met blauw en hij ging vroeg dood. Bij Perk vind ik niet zo gauw een blauwe nevel in zijn gedichten. Wel weer bij Boudewijn Büch, maar die is van lang na Willem Kloos. Perk is de gene over wie Willem Kloos hier schrijft, in 1882. Met bovengenoemd citaat opent hij de inleiding bij de gedichten van zijn vriend Jacques Perk, nagelaten gedichten zijn het, want Perk overleed op 1 november 1881, op 22-jarige leeftijd.

 

Die woorden van Kloos woelen maar door mijn kop nu ik naar Lissabon ga. Ik schrijf dit een paar uur voor het moment waarop Waylon zal sneuvelen. Daar, in Lissabon. Ik zie er tegenop. Ik zal er namelijk ongetwijfeld heel veel niet te zien krijgen waarvan ik, eenmaal terug, zal denken: dat had ik moeten zien. En moet ik nu ook op bedevaart om plaatsen te bezoeken die Pessoa er frequenteerde. Ik voel me toch al een soort begrafenisondernemer nu ik het stoeptegeldikke Boek der rusteloosheid in de koffer heb gestopt en zijn gedichten in de handbagage zitten. Pessoa werd 46.

Ga ik naar de plaats waar Herman de Coninck het leven liet, de Rua Marquês Sá da Bandeira? Waarom zou ik? Ik ga in Nederland toch ook niet naar de plaats waar Jacques Perk overleed of, recenter, Menno Wigman of Joost Zwagerman, of Starik of Wieg. Het benauwt me dat ik nu naar een stad ga die me op voorhand zo aan dood en drank en laat naar bed doet denken. Want wil je droevige fado’s horen, vertelt mijn reisgids, dan zul je tot een uur of elf ’s avonds moeten wachten. Daar ben ik helemaal niet meer op gebouwd. Veel te oud voor. En dat is op zichzelf genomen wel een geruststellende gedachte.

Hoe dat met De Coninck zit? Hij stierf op straat, in de armen van dichteres Anna Enquist. Was de dichter met zijn 53 jaar toen nog wel jong genoeg om onsterfelijke gedichten na te laten? Ik vraag het me af omdat diezelfde Enquist, zeer terecht maar ook beangstigend, verzuchtte dat de oud geworden en nog maar zo kortgeleden Gerrit Kouwenaar nu al vergeten lijkt te worden. Zij gedacht hem met een boekje vol herinneringen en een bloemlezing, waarvoor ik haar nogmaals dank.

Vijf jaar na zijn dood verscheen een bundel gedichten over Herman de Coninck. Ik lees het gedicht dat Anna Enquist schreef, kort na het overlijden van De Coninck. Dat was op 22 mei 1997.

Lees gedicht

Met stomheid

Loodzware dagen zeggen we maar
wat weegt zo'n woord weinig; het laatste
zeilt op stadsdamp neerwaarts, kromt
zich keer op keer om zijn betekenis.

Argeloos keren de huizen hun dierbaarste
wanden naar buiten, fluisteren Lissabon,
Lissabon. Tussen keuken - en badkamertegels
zoeken wij traag naar de tekens, verrijzenis.

Het water staat laag. In marmeren armen
murmelt het zacht tegen schepen aan. Stad,
leer mij het onverstaanbare, het openbare,
de sporen van kleine roeiers over de Taag.

Anna Enquist

 

Lissabon, Lissabon. Het roept op voorhand zoveel zwaarte in me op dat ik mismoedig verder ga met inpakken.

 

Steven van der Gaauw (samenstelling), Hoe wordt je halfopen mond gedicht. Gedichten over Herman de Coninck. De Arbeiderspers, Amsterdam 2002

Jacques Perk, Gedichten. A.W. Sijthoff, Leiden 194419.

Submit to FacebookSubmit to Twitter