Liter presenteert wekelijks een review van een film die draait in Nederlandse filmhuizen. Behalve dit keer. We maken een uitzondering voor de klassieker De klompenboom (1978), van Ermanno Olmi. Niet in de filmhuizen, maar het zou wel moeten.

 

door Peter Sierksma, 11 mei 2018

 

Afgelopen maandag, op 7 mei, overleed Ermanno Olmi. Het bericht trof me. Want, toeval of niet, de week ervoor had ik net, door mist en regen vrijwillig opgesloten in een afgelegen huis in bergachtig Noord-Italië, twee van zijn films bekeken: het in 1978 in Cannes met een Gouden Palm bekroonde L’Abero Degli Zoccoli (De klompenboom) en zijn laatste, het in 2014 verschenen Torneranno i Prati ofwel De weiden zullen bloeien. Twee films temidden van de mist waar ik stil van werd. En toen dat bericht.

 

 

Platteland

 

Met zijn generatiegenoten Bertolucci, Scola en de gebroeders Taviani is Olmi in Italië altijd gezien als een van de grootste regisseurs van de tweede helft van de vorige eeuw. Nog altijd wordt De klompenboom in een adem genoemd met meesterwerken als Novocento en Padre Padrone waarin eveneens het Italiaanse plattelandsleven aan het begin van de vorige eeuw wordt opgeroepen aan de hand van indringende verhalen van, vaak, eenvoudige mensen die ploeteren in de hoop op een beter bestaan. Terecht. Want zelden heb ik een mooiere film gezien dan De Klompenboom. Mooi in de zin van zuiver, zoals Olmi het verhaal vertelt van een Lombardische landarbeider die door zijn heer ontslagen wordt als deze ontdekt dat hij illegaal een wilg heeft gekapt om zijn zoon van een nieuw klompje te voorzien. Het ontslag ontwricht niet alleen het leven van de arbeider maar ook dat van de kleine, in harmonie samenlevende boerengemeenschap, waartoe hij met zijn gezin behoort.

 

Verlaten

 

Klein en op elkaar aangewezen is ook de legereenheid in zijn laatste film uit 2014. Precies honderd jaar na het begin van de Eerste Wereldoorlog toont Olmi de angst en eenzame wanhoop van een stel in de alpensneeuw ingegraven soldaten aan het noordelijke front dat alle contact met het hoofdkwartier kwijt is. Naarmate Olmi ouder werd, bekende hij zich meer en meer tot het geloof van zijn jeugd. Niet omdat hij van het Vaticaan hield, integendeel, maar ‘omdat het Woord (de bijbel in dit geval) iets van de diepte van de afgrond waarvoor wij staan, verklaart.’ Ik bid dat Olmi na 86 jaar leven op aarde iets van het herstelde paradijs, die eeuwige groene weiden, terug mag zien.

 

Kijk de trailer:

 

Submit to FacebookSubmit to Twitter