Door Stefan van Dierendonck, 28 juli 2017

 

Toen Robert M. Pirsig, de schrijver van Zen en de kunst van het motoronderhoud, stierf op 24 april 2017 was ik even uit balans. Ineens overviel me het besef dat ik definitief de kans had gemist om hem een hand te schudden. Om hem te bedanken. Om hem te vragen: hoe doe je dat eigenlijk, literatuur verrijken met religie zonder te prediken of in clichés te vervallen? Zonder lezers of diepgang te verliezen? Ik nam mijn exemplaar van zijn cultboek, toevallig in de brontaal, uit de kast. De bladzijden van mijn paperback roken zo sterk naar drukinkt dat ik me nauwelijks kon concentreren op de tekst. Afgewerkte motorolie was het. Of was ik bang om de mythe te verstoren met mijn herlezing? Hoe dan ook: Zen was begin jaren negentig een belangrijk boek voor me. Natuurlijk ging ik er opnieuw aandacht aan besteden.

 

 

 

Het verhaal zelf, voor wie het nog niet kent, beschrijft hoe een vader met zijn zoon een rondrit maakt door het uitgestrekte Amerikaanse landschap, tijdens een lange zomervakantie. Op de motorfiets, die hij zelf met alle aandacht en zorg weet te onderhouden, heel kalm en zen, terwijl zijn vrienden hem voor gek verslijten. Consumeren is zoveel gemakkelijker. Veel gesprekken in diners, stukken asfalt en vergezichten. Verspreid door zijn vertelling presenteert Pirsig een 'filosofische dissertatie' over het vraagstuk hoe kwaliteit precies gedefinieerd moet worden – zo noemt hij het zelf in een interview. Wat is goed? Het bevat een stevige kritiek op het Westerse wetenschapsparadigma, heel diepzinnig allemaal. Mensen zijn erop gepromoveerd. Op de een of andere mysterieuze wijze wist Pirsig met deze mengelmoes de cultuur van zijn tijd, begin jaren zeventig, perfect te vangen. Flower Power. Op mijn kaft staat een bloem, een lotus veronderstel ik, waar een steeksleutel fier uit oprijst als symbool van… verlichting? Zen is een autobiografische roman, maar het wil meer zijn dan dat. Meer dan entertainment.

 

Voor miljoenen lezers was het dat ook. Zen bood een uitweg uit het groeiend materialisme van de tijd, een alternatieve route die een nieuw soort vrijheid zocht. Zoveel mensen herkenden zich in de zoektocht van een man die zijn baan had verloren door een ziekte, die uit de ratrace was gestapt. Ook het vervolg, Lila, wist nog ruim zeshonderdduizend exemplaren wereldwijd weten te verkopen, al was die roman nog meer overladen van filosofie dan Zen. Critici lieten van Lila geen spaan heel. Ik vrees dat zelfs Zen door geen moderne uitgever nog zou worden gepubliceerd. Te lang, te ingewikkeld. Te weinig structuur. Zelfs ik vind het nauwelijks leesbaar, eerlijk gezegd. En dat kan niet alleen door de geur van goedkope drukinkt komen.

 

Het brengt me op de vraag wanneer een roman werkelijk geslaagd mag worden genoemd. Hoe doe je het goed, als schrijver? Het antwoord van Pirsig vind ik niet terug in zijn filosofische passages, hoe erudiet en vol Griekse helden ook, maar in de laatste gesprekken van de hoofdpersoon met zijn zoon. Als de omwegen allemaal afgereden zijn en voorbij. Langzaamaan begrijpen we dat hun reis geen willekeurige vakantie betreft, maar volgt op de behandeling van de vader in een psychiatrisch ziekenhuis, wegens paranoïde schizofrenie. We begrijpen hoe de vader zijn band met de realiteit en met zijn gezin had verloren en we ervaren de gevolgen van dit drama voor zijn enige zoon. Zijn angst om vergeten te worden. De afstand. In de laatste bladzijden ervaren we bovendien het wonder van verzoening. De roman laat zich  kennen, met enige goede wil, niet als de parabel van de verloren zoon, maar als die van de verloren vader. Waar een motorrit toe kan leiden. Zo eindigt de roman optimistisch, misschien zelfs wijs: ‘Trials never end, of course. Unhappiness and misfortune are bound to occur as long as people live, but there is a feeling now, that was not here before, and is not just on the surface of things, but penetrates all the way through: We’ve won it. It’s going to get better now. You can sort of tell these things.’

 

Als het verhaal hier zou eindigen, dan was het al magistraal. Maar in het nawoord bij mijn editie beschrijft Pirsig hoe het afliep met zijn zoon Chris. Vijf jaar na de publicatie van de roman werd hij doodgestoken in de straten van San Francisco, voor het Zen Centrum dat hij zojuist had bezocht. Twee mannen op zoek naar cash, boos dat hij niets bij zich had. Twee weken later zou hij drieëntwintig jaar oud zijn geworden.

 

Robert M. Pirsig, Zen and the Art of Motorcycle Maintenance, Harper Collins, 2006. € 7,99 (paperback).

 

Submit to FacebookSubmit to Twitter