De nieuwe editie van Liter verschijnt op 29 juni 2017. Lees nu één van de drie opgenomen herlezingen van een werk van Tommy Wieringa: Alles over Tristan.

 

door Stefan van Dierendonck, 28 juni 2017

 

De meest interessante boeken van een schrijver zijn zelden hun doorbraakromans. Zo beschouw ik Werther Nieland als een knappere compositie dan De avonden, Twee vrouwen intelligenter dan De aanslag en Omtrent Deedee simpelweg vlijmender dan Het verdriet van België. Ik zou het kunnen rechtvaardigen als ik hiervoor de tijd zou nemen, als ik me niet had voorgenomen om hier alleen maar luchtig te essayeren over Alles over Tristan — nog zo’n miskende winkeldochter in een veelgelezen oeuvre. Vergeet Joe Speedboot, negeer Dit zijn de namen. Aan Alles over Tristan heb je genoeg.

 

 

 

Dat komt allereerst door de gekozen thematiek. In plaats van een schelmenroman op Amerikaanse leest, in plaats van toegankelijke reisverhalen, in plaats van een nauwelijks verholen en daarmee niet geheel overtuigend literair onderzoek naar de oorsprong van religie reikt Wieringa hier in die open wonde van de Europese literatuur: het decadente fin de siècle dat ook wel bekend staat als de zwarte romantiek. Wat gebeurt er wanneer je God, kerk en gebod loslaat en enkel nog vertrouwt op je eigen zintuigen en instincten? Wat als je hierover schrijft of dicht, dwars tegen de burgerlijke tijdsgeest in? Een grote literaire beweging is deze vorm van romantiek nooit geworden in het Nederlandse taalgebied, weinigen durfden het aan om een hand in dit vuur te steken. Schatplichtige schrijvers als Gerard Reve, Jan Siebelink of ook P.F. Thomése bereikten hun grootste succes wanneer ze hun liefde voor decadentie wisten te ontveinzen.

 

Ook Wieringa lijkt zich bewust van het risico. In Alles over Tristan richt hij zijn blik weliswaar op een literair poëtisch genie met ‘een groot, eenzaam talent, en met de geestelijke sprongkracht waardoor ze zoveel hoger reikten dan hun medemens’ — een klassieke poète maudit, maar kiest hij niet voor de symbiose. Zijn verkozen perspectief is dat van een academisch geschoolde biograaf, de koele detective als je wilt, op zoek naar de waarheid rond zijn onderzoeksobject Viktor Anselm Tristan. De associatie van de romantisch-tragische naam Tristan met de opera van Wagner laat ik hier voor wat hij is. De opmerkelijke parallellen in het levensverhaal van Tristan met dat van de Franse dichter Arthur Rimbaud (1854-1891), laat ik hier rusten. Als meer dan associaties lijken ze niet bedoeld. Alles over Tristan wil meer zijn dan een echo van de traditie.

 

Deze constatering brengt me tot het volgende punt: Alles over Tristan bestaat hoogstens op het eerste gezicht uit een zoektocht naar het lot van een zekere dichter, die vermaard is om een beperkt aantal dichtbundels en daarna uit het publieke oog is verdwenen. We volgen een verteller die aanklopt bij oud-docenten en vage familieleden, die onderzoek doet in een bibliotheek onder begeleiding van een aantrekkelijke bibliothecaresse en die tenslotte ene Inéz Tristan op het spoor komt, de zus van het onderzoeksobject, die zelfs zwanger blijkt te zijn geweest. Van en door wie zal ik hier niet onthullen. Wat er precies speelt evenmin, behalve dat het decadent genoemd mag worden: aan gene zijde van burgerlijkheid en moraal. ‘Viktor was megalomaan. Wat zijn talent en intelligentie betreft werd dat gedekt door de werkelijkheid, maar de menselijke wetten kon hij niet ontlopen.’ Het is niet Tristan die dit over zichzelf uitspreekt, noch de verteller.

 

Alles uit tweede hand, blijkt uit lezing en herlezing: Wieringa verklaart dan wel zijn ambitie om de waarheid te achterhalen over Tristan, maar hij kiest niet de gemakkelijkste weg. Als romanschrijver had hij kunnen gaan voor directe toegang tot de geest van zijn studieobject, maar in plaats daarvan kiest hij voor verhalen over de goede man. Voor de traditie. Dat wat wordt overgedragen. Niets komt hem direct ter ore, alle biografische informatie is bemiddeld door een zwijgende, verhullende kerk van liefde. De waarheid maakt hier niemand vrij. De decadente dichter wordt zelfs geen grafsteen gegund. Het zou onbevredigend blijven als Wieringa niet nog een laatste twist in petto had. Ook deze zal ik cryptisch omschrijven, om de verrassing die ik nog altijd beschouw als het voorrecht van de schrijver — niet van een criticus — niet te bederven. Dat lukt me best, vermoed ik, want het is meteen wat de roman zo groots maakt. Dat zie je ook in abstracto.

 

Na een zoektocht door en langs een parade van steeds exotischer klinkende namen keert de verteller Jakob Keller aan het eind van de roman terug naar het klooster waar Inéz, de ontwijde zuster, haar toevlucht heeft gezocht. Ze blijkt zich onledig te hebben gehouden met de Benedictijnse liturgie onder de kloosternaam zuster Hildegard. Weer zo’n associatierijke naam. Haar vrome liederen hebben een grote invloed op de voorheen zo sceptische onderzoeker: ‘De mystieke lyriek raakte me diep, misschien omdat mijn geliefde even ver en onbereikbaar was als Hij die in het lied werd aangeroepen.’ Woorden die ‘tinkelden als parels over de plavuizen vloer’.

 

Zeldzaam poëtisch toont Wieringa zich hier ineens, nu de bemiddeling eindelijk wijkt voor de ervaring. Dit lijkt me het belangrijkste inzicht van de schrijver. De waarheid over Tristan — of mogen we zeggen de waarheid over Hij die in het boek wordt aangeroepen — kan wel degelijk direct ervaren worden, in een moment van mystieke en muzikale eenwording. Vergeet de wanhoop van goddeloze. Er is een alternatief. Heel even vermoed ik dat hiermee ook dit essay een natuurlijk eindpunt heeft bereikt, maar dan ontdek ik plots een laag die nog dieper gaat: het was immers een vrouw die deze troostrijke, levenschenkende ervaring mogelijk maakte, geen man aan het eind van zijn Latijn. De rugbyende macho met het grote lichaam en de kale kop Wieringa, de man die me ooit een hand gaf als het andere eind van een knuppel, toont zich hier van zijn zachte kant. Hij buigt zijn hoofd voor een vrouw. Hij geeft zich aan haar over en constateert bescheiden, eindelijk moe van zijn mythische omzwervingen: ‘Ik had genoeg gezien.’ Fascinerend. 

Submit to FacebookSubmit to Twitter