door Maarten Buser, 4 juni 2017.

 

Hoe herken je een wonder? Er is iets aan de hand waarvan zeggen dat het iets bijzonders is een understatement is, maar weet je in een overdonderende situatie wel hoe je moet reageren; heb je de kans en de tijd om op te merken of het om een wonder gaat? Ik kan me alleen maar voorstellen hoe de apostelen zich hebben gevoeld tijdens de allereerste Pinksteren. Het moet vreemd zijn dat jij en je vrienden opeens andere talen kunnen spreken, al wil het verhaal natuurlijk dat je vervuld bent van de Heilige Geest en je daarom weet wat je moet doen. De Grieks-Spaanse schilder El Greco (1541-1614) schilderde net dat moment vóórdat de Heilige Geest zijn doel heeft bereikt, maar nog bezig is uitgestort te worden – in de vorm van mysterieuze De Heilige Geest is een behoorlijk klein wezentje op El Greco’s schilderij; hij bevindt zich hoog in het punt van de afgebeelde rondboog. Hij wordt weliswaar geaccentueerd door een gele gloed, maar ook dat neemt niet het gevoel weg dat hij een beetje is weggestopt. Op bijvoorbeeld Titiaans Pinksterschilderij is de duif ook vrij klein van stuk, maar trekt hij wel alle aandacht door zijn centrale plaats in de compositie, én omdat de lichtstralen duidelijk naar hem terug te leiden zijn. Die stralen zijn overigens een populaire manier om de uitstorting van de Heilige Geest uit te beelden.

 

 

 

Wie ‘Pentecost paintings’ googelt ziet dat er steeds een duif aanwezig is, maar dat hij vaker lichtstralen uitzendt dan vlammetjes uitstrooit. Helder symbool, maar niet helemaal Bijbelverantwoord: in Handelingen 2:1-4 wordt gesproken over het verschijnen van ‘een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van [de aanwezigen] neerzetten’ (Nieuwe Bijbelvertaling). El Greco blijft dichter bij de Bijbel, maar maakt van de vlammen écht vlammen, naast hun symbolische functie. Bij hem komt er echt vuur uit de lucht – niet zo vreemd dat verschillende aanwezigen daar verschrikt op reageren. Sommige aanwezigen kijken verrast naar wat er zich boven hen afspeelt; anderen bedekken hun hoofd. Hoe moeten ze weten dat het om de Heilige Geest gaat, en hun gezichten niet verschroeid zullen worden? Een paar kijken zelfs niet omhoog, maar kijken toe hoe hun vrienden op deze gebeurtenis reageren.

 

El Greco’s werk wordt tot het maniërisme gerekend, een stijl binnen de Renaissancekunst. In die tijd ontstond het humanisme, een intellectuele stroming die de mens centraal stelde, en niet God – een hele tegenstelling tot de theocentrische Middeleeuwen. In de kunst werd er een natuurgetrouwheid nagestreefd die in de middeleeuwse kunst vaak niet aan de orde was; denk eens aan de bijna stripachtige Byzantijnse schilderkunst. Tegelijkertijd was ook de Renaissance een tijdperk van geloof waarin diverse hoogtepunten van de westerse religieuze kunst hun oorsprong vonden; Michelangelo’s plafondschildering voor de Sixtijnse kapel bijvoorbeeld. Maar er gebeurde wel degelijk iets nieuws, iets anders: afgebeelde mensen in Bijbelscènes werden ook echt ménsen. Zo ook bij El Greco’s Pentecostés: de afgebeelde personen hebben eigen gezichtsuitdrukkingen en reacties. Ze zijn geen figuranten die daar puur afgebeeld zijn omdat er nu eenmaal een groep mensen moet zijn over wie de Heilige Geest zich kan uitstorten.

 

Veel meer dan over die uitstorting gaat dit schilderij over de reactie daarop – de afgebeelde mensen nemen immers ook veruit het grootste deel van het schilderij in. El Greco’s schilderstijl voegt bovendien een licht dramatische dynamiek toe: de mensen zijn allemaal net iets te uitgerekt om anatomisch te kloppen, en dragen gewaden in expressieve kleuren. Daardoor wordt de Heilige Geest eigenlijk overschaduwd door eenvoudige mensen. Zelfs de centraal geplaatste Maagd Maria, gemakkelijk te herkennen aan haar koningsblauwe gewaad, kijkt verbaasd omhoog. Vele (middeleeuwse) Maria’s die ik heb gezien, lijken een soort bovennatuurlijke verschijningen die uitstralen dat ze eigenlijk niet deelnemen aan het tafereel, maar er buiten staan. Zo niet El Greco’s Maagd: zij doet gewoon mee. De hele groep maakt een alledaagse indruk: het zou me niet verbazen als de apostelen net hiervoor nog roddels uitwisselden, voordat het vuur uit de lucht kwam.

 

De mensen groter dan de Heilige Geest, op een religieus schilderij? Hier wringt iets. Van menig schilder die Bathseba badend op het dak schilderde, stel ik me voor dat het hem niet om het Bijbelverhaal te doen was, maar om de mogelijkheid om een naakte vrouw te schilderen. Van El Greco stel ik me nog even stiekem voor dat hij helemaal niet zo geïnteresseerd was in Pinksteren, maar in de mogelijkheid om een groep mensen uit te beelden die op een gebeurtenis reageren. Of misschien ging het hem niet eens om überhaupt een gebeurtenis, maar om het schilderen van al die gezichtsuitdrukkingen en reacties. Pinksteren uitbeelden zou een prima excuus zijn, en nog geld opleveren ook; Pentecostés was immers onderdeel van een altaarstuk. Het is zelfs maar de vraag in hoeverre El Greco zich voor het afbeelden van de figuren interesseerde: ze zijn immers niet natuurgetrouw (in de Renaissance-zin van het woord), want daar zijn ze te langgerekt voor. Misschien was het hem om het drama te doen, en om de vormen en om de kleurvlakken.

 

Dat zijn aannames van deze hedendaagse kunstkijker, die eigenlijk niets over El Greco’s religieuze opvattingen weet; ik weet überhaupt weinig van de persoon achter de schilder. Zulke biografische achtergrondinformatie is voor sommige kunstkijkers absoluut niet oké, maar kan tot een beter begrip van het werk leiden. Een goed voorbeeld is Andy Warhols The Last Supper, dat net als El Greco’s Pentecostés onderdeel uitmaakte van de serie Meesterwerken in de Nieuwe Kerk. Daar wordt vrijwel elk jaar een werk getoond in de serie Meesterwerken: werk van grote kunstenaars, en tot nu toe elke keer met een link met het geloof. De serie ving aan met Rembrandts De Heilige Familie; andere ‘afleveringen’ waren onder meer Francis Bacons In Memory of George Dyer en Warhols The Last Supper. De casus Warhol is interessant: dat hij tot aan zijn dood een devoot katholiek was, is een van de minder bekende details over zijn leven dan pakweg zijn Factory. Het is eerlijk gezegd ook lastig om het diepgelovige te rijmen met zijn imago van nonchalante popkunstenaar. Wie alleen van die laatste kant van Warhol weet, zal in zijn in popachtige kleuren uitgevoerde The Last Supper wellicht een bespotting zien van Da Vinci’s Laatste avondmaal, waar Warhol zich overduidelijk op heeft gebaseerd. Wie zich daar wel van op de hoogte is, ziet een poging tot overeenstemming.

 

Weer thuis, met een afbeelding van Pentecostés op mijn laptopscherm, knaagt er nog steeds iets. Er ontbreekt een dergelijk stukje informatie à la Warhol dat uitsluitsel geeft over hoe dit schilderij te ‘lezen’. Ik probeer mezelf voor te houden dat de ambiguïteit van het schilderij te maken heeft met de huidige tijd waarin God geen vanzelfsprekendheid is voor de meesten; dat dit eeuwen geleden helemaal niet zo’n mysterieus schilderij zal zijn geweest. Maar ik ontkom er niet aan dat er nog altijd vuur uit de lucht komt – en juist daar reageert iedereen op. En hoe langer ik kijk, hoe sterker de aanwezigheid van die ene man me opvalt – hij kijkt me direct aan. Dat is een oude, maar effectieve truc – het kunstequivalent van een personage direct de lezer aan laten spreken –: je wordt als toeschouwer nog sterker bij het tafereel betrokken. Deze man kijkt me aan alsof ik me in dezelfde ruimte bevindt, alsof er ook een vlammetje boven mijn hoofd hangt. Hoe zal ik reageren? Ik weet het niet; ik vraag me af of überhaupt iemand dat van tevoren weet. Waarschijnlijk is Pentecostés juist daarom zo indringend ambigu.

Submit to FacebookSubmit to Twitter