door Suzanne van Putten, 24 mei 2017

 

‘U pluist alles uit in uw hoofd. Maar wij praten liever uit ons hart over iets wat daar al lang zit. Dat is ’t verschil.’ Deze woorden worden gesproken tot de zwarte arts Copeland – maar het zou even goed gezegd kunnen zijn tegen de andere drie hoofdpersonages. Het zijn stuk voor stuk binnenvetters, de mensen die de raadselachtige en doofstomme Singer aan zich weet te binden. Door het verhaal heen spelen grote kwesties een rol: rond 1940 vragen het opkomend fascisme, armoede, rechtsmisstanden om een reactie. In Het hart is een eenzame jager proberen vijf personen hun weg te vinden in deze vragen. Een van hen is doofstom; de anderen vinden bij hem een luisterend oor.

 

McCullers, Het hart is een eenzame jager

Neem bijvoorbeeld de alcoholische, marxistische zwerver Jake Blount. Hij wordt gedreven door een innerlijke stem, maar hij weet niet hoe hij die moet uiten. ‘Als je dingen wéét, maar je die aan niemand kan duidelijk maken, wat moet je dan? (…) Dronken worden dus?’ De eenzaamheid spreekt uit het vervolg van zijn woorden, en uit het feit dat hij zijn boodschap alleen aan Singer kwijt kan. Hij doet pogingen om zijn boodschap verder te verspreiden. Ziet hij een opruiende tekst op een muur staan, dan krijt hij er een ontmoetingsmoment onder, hopend om een mede-revolutionair te vinden. Alsof het nog niet droevig genoeg is dat de enige met wie hij van gedachten kan wisselen, de aan tuberculose lijdende en op dat moment koortsige en bedlegerige dr. Copeland is, gaan de mannen tierend uit elkaar. In grote eenzaamheid.

 

Dr. Copeland heeft een eigen kruistocht. Hij streeft verheffing van het zwarte ras na; is vervreemd van zijn kinderen – bovengenoemde Portia is de enige die nog bij hem in de buurt komt – en gunt zichzelf door groot plichtsbesef geen aansterktijd. Aan Singer kan de dokter zijn verhaal wel kwijt, in de schaarse uurtjes dat hij niet aan het werk is.

 

Portia werkt in het gezin van de jonge Mick Kelly, een tomboy die erg gehecht is aan haar vrije avond. Overdag houdt ze zich bezig met haar jongere broertjes. Als ze tot rust komt, gaat ze haar binnenkamer binnen. Niemand is daar, behalve soms Singer. Ten hemel schreiend is het wanneer Mick als gevolg van een ongelukkige loop van omstandigheden – haar broertje mikt met zijn geweer per ongelijk op het buurmeisje, wier haar operatiekosten op de familie worden verhaald – aan het werk moet en niet meer naar school kan. ‘Ze had geen muziek in haar hoofd. Het was gek, maar het leek wel alsof ze de binnenkamer niet meer in kon. Het leek wel alsof ze te gespannen was.’ Mick merkt dat ze boos is, zich bedrogen voelt. Toch hoopt ze dat het goed komt: ‘Waar was het anders in godsnaam allemaal goed voor geweest – haar gedachten over muziek en de plannen die ze in de binnenkamer had gemaakt? Het moest érgens goed voor zijn, als tenminste nog íets zin had. En het was wél ergens goed voor, wél, wél, wél.’

 

Ondanks de beroerde situaties is het geen droevig boek. De beschreven levens getuigen van moed en doorzettingsvermogen. Of, zoals de immer observerende kroegbaas Biff het ziet: ‘Want in een flits van stralend licht zag hij de strijd en de moed van de mens. De eindeloze beweging van de mensheid door de eindeloze tijd. Mensen die werken en mensen die – in een woord – liefhebben.’

Biff is de enige die ziet hoe Singer gemystificeerd wordt. Hij realiseert zich ineens dat Singer een verleden heeft, voordat hij voor bepaalde mensen zo belangrijk werd. Hij ziet ineens ‘(…) de manier waarop Blount en Mick een soort zelfbedachte god van hem maakten. Omdat hij doofstom was, konden ze hem alle eigenschappen toedichten die ze maar wilden. Ja. Maar hoe kon zoiets gebeuren? En waarom?’

 

En het is waar: Singer krijgt alleen zelf een stem als hij een brief schrijft aan zijn doofstomme vriend Antonapoulos, die niet kan lezen. Hij wordt niet gehoord. Behalve dan door McCullers, die haar hoofdpersonen een stem geeft.

 

Carson McCullers, Het hart is een eenzame jager. Amsterdam: Athenaeum / Polak & Van Gennep, 2016 (oorspronkelijke uitgave 1940). 367 pagina’s, 19,99.

Submit to FacebookSubmit to Twitter