door Ruben Hofma, 17 mei 2017

 

De dichtbundel Ik kan je alles uitleggen volgt twee jaar na de vorige verzameling uit de alledaagse mediacratie gegrepen poëzie van Guido Utermark, destijds besproken op Leesliter (Wel verbinding, geen contact). Van zijn publicaties tot nu toe is de nieuwe dichtbundel qua vormgeving onmiskenbaar een creatief hoogtepunt. Qua poëzie gaat Utermark door op dezelfde droge en flauwe, waarnemende en vervreemdende manier.

 

Cover Utermark, Ik kan je alles uitleggen

 

 

Lovenswaardig is dat een kleine uitgeverij als Opwenteling het met de hulp van vormgever en eveneens dichter en collagist Arnoud Rigter voor elkaar krijgt de bundel van glad papier overvloedig te voorzien van de collagekunst die Utermark ook ontwerpt. Met die collages is dit boekje een compact multidisciplinair kunstwerk geworden. De foto van het voorplat toont het topje van de spreekwoordelijke ijsberg – een cd-vorm opgedirkt met tekenwerk, plaatjes en stickers eromheen. Het binnenwerk, te beginnen de titelpagina, is aanlokkelijker gedecoreerd. Boven het colofon staat een kleine afbeelding van wat onder meer lijkt op een boom, met het onderschrift ‘Gegarandeerd dat de wortels hun werk doen’, wat ik opvat als een verwijzing naar het FSC-keurmerk en de bomen waaruit deze fysieke dichtbundel gemaakt is. Bladzijden met gedichten en bladzijden met redelijk eenvoudige collages (waaronder een evidente toespeling op een handelsmerk van René Magritte: een figuur met een object voor het gezicht) wisselen elkaar af en in de tweede helft zijn er zwarte pagina’s met witte tekst en collagepagina’s in de felste kleuren. Al met al een aangename sensatie voor het oog. Wat mij betreft mogen uitgevers vaker poëzie, romans zeker, publiceren in combinatie met illustraties – dat kan geen kwaad, dat is schitterend.

 

Behalve met de vormgeving, heeft Utermark op bescheiden wijze met zijn poëzie ook meer vrijheid genomen. Er is een lijstgedicht met twintig variaties op het woord ‘visioen’ en elders staat het gedicht ‘Niet praten’ dat geheel en alleen bestaat uit diezelfde gebiedende woorden. Alsof iemand zich afgekeerd heeft van alle te horen taal, de handen om de oren heeft gelegd.

 

De collages en de gedichten in Ik kan je alles uitleggen zijn uit hetzelfde hout gesneden en vullen elkaar daarom prima aan. Ze zijn ontstaan uit uitgebreide knip- en plakarbeid, diepgaand zoek- en combineerwerk. De gedichten zijn gecomponeerd met behulp van verscheidene taalregisters en kennelijk in de meeste gevallen zonder vooropgezet plan. Dat betekent dat de creativiteit van de auteur vooral zit in processen van selectie en organisatie en maar weinig in zelf aangeboorde fantasie of eigen (taal)ontdekkingen. Het kan een bezwaar zijn om deze poëzie te lezen; wie liever volledig zelfbedachte tekst leest, ontsproten aan innerlijke noodzaak, of anders gezegd: ernst, leest liever andere poëzie. Deze bundel is op een bepaalde manier wel het resultaat van een noodzaak, maar niet linea recta van het innerlijk. Het is gemaakt met wat voorhanden was: berichten uit kranten, boodschappen achter ramen, veelgebruikte zegswijzen van de straat, fragmenten uit klantgerichte e-mails, slogans, oneliners, bedenk het maar. De managementcultuur en wetenschapssectoren vormen enkele van de taalregisters waarin de dichter schatzoeken ging.

 

Utermarks poëzie lijkt niet zo evenwichtig en doelbewust tot stand te komen en de auteur laat alle intenties achterwege, behalve amusement. Laconiek staat op het achterplat een bewerkte afbeelding van het achterwerk van de dichter (?) in plaats van een voorspelbare portretfoto. Vermaak is echter mogelijk niet de enige aanleiding voor deze poëzie, misschien hunkert Utermark net als een dichter als Frans Kuipers tegelijk naar bevreemding, of zelfs vervreemding. Een heerlijk gevoel dat je met poëzie kunt oproepen. Misschien verlangt de auteur, gezien het droge karakter van veel van zijn gedichten, daarnaast naar meer grip op de chaos van het leven door de communicatiestromen naar zijn hand te zetten. Poëzie als een speels controlemiddel. Dat kan begrepen uit maar zeker niet vastgesteld worden bij onder meer het slotgedicht ‘Na lezing vergaat alles’.

 

Na lezing vergaat alles

Lees gedicht

 

Na lezing vergaat alles

In supermarkten feliciteren ze elkaar

vriendelijk wordt er afgerekend

munten smelten in mechanische monden

 

ik knip met mijn vingers op straat

geen collage van straattaal

geen voertuig vol afval

maar een geoliede machine

 

ik ontvreemd een lege marker

cirkel dagelijks langs de wanden

van het mogelijke

 

ik hoor me hoesten

en de straat uitlopen

in de verte is het verleden ingekapseld

 

Het zijn de meest uiteenlopende teksten, die samengebald in een gedicht de gekste resultaten opleveren, vooral in het geval van sterke beelden. ‘eksters hiphopten / in verticaal perspectief // maanlicht scheen recht / in de reet van de belchinees // de roep om natuur / verstomde’, eindigt het gedicht ‘Dieper in de code’. Erg vermakelijk. ‘Mr. Clint Bellard??’ (naam waarvoor gewaarschuwd wordt omdat deze gebruikt wordt door scammers, blijkt uit zoekresultaten van Google) gaat zo: ‘Ik denk dat u verkeerd verbonden bent / u spreekt met zijn huisarts / en daar wou ik het graag bij laten.’ Dit stelt als gedicht niets voor, maar met zulke communicatiesituaties – en gedichttitels als ‘Heroïne in ijs’, ‘Hier spreekt de geheime politie’ en ‘Ik hoorde haar zuivel zeggen’ die net als in eerdere bundels weinig van doen lijken te hebben met de gedichten zelf – creëert Utermark grappige taferelen en bijbehorende uiteenlopende interpretatiemogelijkheden voor de lezer. Uitnodigend zijn ze, de meesten. Op den duur wordt het wat te veel van het flauwe; de collages kunnen dat niet voorkomen. Dan is het hoog tijd om de bundel weg te leggen en terug te keren naar de realiteit.

 

Utermark, Guido, Ik kan je alles uitleggen, Opwenteling, Eindhoven 2016, 58 blz., € 14,50.

Submit to FacebookSubmit to Twitter