door Suzanne van Putten, 10 februari 2017

 

Eigenlijk moet het ons als een heel bekend verschijnsel voorkomen. Niets zien, alleen door woorden een voorstelling kunnen maken van een werkelijkheid. Ian McEwan koos een bijzonder perspectief voor de verteller van Notendop: het boek vertelt het verhaal vanuit het ongeboren kind van Trudy en John. In de baarmoeder krijgt de foetus veel mee van de leefwereld van zijn moeder, maar zien kan hij het niet. Als lezer overkomt ons datzelfde steeds opnieuw. Alleen door woorden, door gesprekken van mensen, vormen we ons een beeld van de wereld van een boek. Met een beetje fantasie in de mix maken we daar een heel levensechte werkelijkheid van. Zoals de foetus het zegt:

 

"Ik word overspoeld door abstracties, waarvan alleen de woekering van onderlinge betrekkingen de illusie van een bekende wereld schept. Hoor ik ‘blauw’, iets wat ik nooit heb gezien, dan stel ik me in gedachten iets voor wat vrij dicht bij ‘groen’ ligt – iets wat ik ook nooit heb gezien."

 

In een krappe tweehonderd pagina’s duik ik in een relatie die niet gaat over rozen. Moeder Trudy en geliefde Claude blijken een misdadig plan aan het beramen te zijn. Trudy’s man John (ook de broer van Claude en de vader van de foetus) moet uit de weg worden geruimd.

 

Op een slimme en toegankelijke manier laat McEwan zijn personages reflecteren op maatschappelijke ontwikkelingen. Dat vergroot de wereld van het boek, maar ook de wereld van de hoofdpersoon. Moeder en kind luisteren naar podcasts, naar collegeseries, naar het nieuws. De foetus krijgt daarom meer wijsheid toegeschreven dan een normaal kindverteller ooit zou kunnen; McEwan laat de foetus delen in de gedachten van zijn moeder. Dat wil echter niet zeggen dat de twee een symbiotische relatie hebben waarin de mening van de een ook de mening van de ander is. De foetus kampt met identiteitsproblemen: de bron van de ene helft van zijn genen wil de bron van de andere helft doden. ‘Hoe na je anderen ook komt te staan, je kunt nooit in hun binnenste komen, ook al ben je in hun binnenste.’

 

De vragen die de foetus zich voortdurend stelt, herinneren aan Shakespeares Hamlet. In de plannen van zijn moeder komt de foetus zelf nooit voor, en ook zijn vader heeft het niet over hem als hij de toekomst met Trudy bespreekt. Terwijl zijn moeder hoogzwanger is en de buik zichtbaar moet zijn, wordt er niet over hem gesproken. Woorden maken werkelijkheid, maar ook: het wegblijven van woorden betekent een verlies aan bestaan. Zijn of niet te zijn: het is een vraag die ook het ongeboren kind probeert te beantwoorden. De moordberaming van zijn moeder en oom lijkt hem te inspireren: ze willen het doen lijken op een zelfmoord. Ook de foetus zelf probeert zijn navelstreng dicht te knijpen om zo aan het leven te ontsnappen.

 

Het leven in de baarmoeder verandert door de woorden van Trudy en Claude. ‘Hierbinnen droom ik van alles wat mij toekomt – geborgenheid, gewichtloze vrede, geen verplichtingen, geen misdaad of schuld (…) Dit was mijn erfgoed totdat mijn moeder mijn vader dood wilde hebben. Nu leef ik in een verhaal en tob ik over de uitkomst ervan. Waarin schuilt hier de verveling of gelukzaligheid?’ De plannen reiken tot in het binnenste van Trudy, en zelfs zonder uitvoering verandert het bestaan van de foetus al.

 

Ian McEwan schreef met Notendop een indrukwekkende roman over de werkelijkheid in en buiten woorden. ‘Het verhaal haalt verhaal’, denkt Trudy als het plan voltrokken is.

 

Ian McEwan, Notendop, Amsterdam, De Harmonie (2016), €19,90, 190 blz.

 

Submit to FacebookSubmit to Twitter