Van der Graft - jaargang 13, Liter 59, september 2010

 

Eenzamerij, door Van der Graft

 

EENZAMERIJ

 

Het spijt mij dat er zoveel leven is

dat niet mee mocht in mijn gedicht: bacillen

bijvoorbeeld, onwelwillende

 

kiemen, de zwanenzang

van hoestende longen, klieren

waaruit alleen maar tranen

 

geboren worden. Hun taal

verdraagt mijn woorden niet.

 

Dat dingen niet bestaan is geen bezwaar

getuige die denkwaardige

vissen die naar mij fluiten, vogels

 

die met nieuwsgierige kieuwen

toonladders oefenen, tak op tak af.

Ze schuilen hier, ze waren nergens welkom,

 

tenzij bij die eenzamerij van mij.

 

 

MIJN WERELDDEEL 

 

Europa’s hanekam. Homerus.

Europa’s dageraad.

‘Muze, bezing mij de man,

de veelbeproefde,

schipbreukeling op een purperen zee.’

 

Dante daarna, daarnaast,

aan ’t einde van Europa’s ochtend

verdwaald

verloren

in een duister woud.

 

En achter zee en wind vandaan

een stem in weerwil,

theatraal:

life is a tale. ‘Life is a tale,

told by an idiot.’

 

Hoor naar de groten!

 

Maar ik, onvergelijkelijk geringer,

ik zing een nachtgezang:

Ave Europa, gratia plena,

mijn huis, mijn moeder die ik mis,

mijn opperhuid, mijn hoop, mijn heugenis.

Submit to FacebookSubmit to Twitter