door Len Borgdorff, 13 mei 2016

 

De titel van elk stukje in deze serie is een citaat uit een gedicht. Daarmee gaat Len Borgdorff vervolgens vrijelijk aan de slag.

 

Ik draai al een tijdje om dit gerecht heen. Poëzie wordt niet koud, dus in dat opzicht kan ik de tijd nemen, maar zelf moet ik verder. In 1921 publiceerde Clément Pansaers L’ Apologie de la Paresse, een bundel dadaïstische poëzie die in 2000 vertaald werd als Apologie van de Luiheid. De publicatie van Pansaers was maar net op tijd, want al in 1922 zou hij overlijden, op 37-jarige leeftijd.
De bundel is een dialoog tussen een dandyachtige personificatie van de Luiheid en in elk deel een ander; in het eerste deel is die ander een meisje dat eenzaam en van lichte zeden is. Veel strofen beginnen met een vragende herhaling van wat het meisje heeft gezegd. ‘Ik, een saterskop?’ ‘Jou volgen naar je kamer?’ ‘In de steek gelaten?’ En telkens volgt een reactie van de ik die een saterskop zou hebben. Na ‘In de steek gelaten?’ volgt:

 

Domme dot die je bent!
Praat niet zo hard.

 

De bomen hebben ogen – daar waar hun armen zijn gesnoeid.

 
Die laatste regel blijft hangen. ’s Nachts, in mijn slaap, wordt hij weer wakker, als regel en als beeld. Ik droom van bomen waarvan takken zijn afgezaagd, maar ook van de ogen van Kira Wuck. Dat de dichteres inderdaad ogen heeft als wonden, heb ik een keer gezien. Ik word er wakker van. Mijn slaapkamer grenst aan de werkkamer en daar staat de kast met poëzie. Ik haal Wucks bundel Finse meisjes tevoorschijn, want ik wil de ogen van Kira ook in wakende staat zien, al is het maar op een foto. Maar op de voorzijde van de bundel heeft de vrouw – en dat moet Kira Wuck zijn  –  die een konijn aan haar boezem drukt, een grote konijnenkop over haar hoofd, een konijnenkop zonder ogen. Op de achterzijde staat ze met haar ene oog dicht en een hand voor het andere. In de bundel zie ik in de gauwigheid maar een keer het woord ‘ogen’ en dat is de slotstrofe van het gedicht dat is opgedragen aan en handelt over Boris Ryhzi, een dichter die jong zelfmoord pleegde:

 

[… ]


drukt zijn vuisten zo hard
tegen zijn ogen tot hij blauwe tinten ziet

 

Ik knip de bureaulamp uit, stap in bed en sluit de ogen, terwijl ik me verbaas over de ondoorgrondelijkheid van veel poëzie en van mijn eigen hoofd.

 

Clément Pansaers, vert. Rokus Hofstede, Apologie van de luiheid, Van Tilt, Nijmegen 2000.
Kira Wuck, Finse meisjes, Podium Amsterdam, 2013 (5e druk).

Submit to FacebookSubmit to Twitter