door Len Borgdorff, 29 april 2016

 

De titel van elk stukje in deze serie is een citaat uit een gedicht. Daarmee gaat Len Borgdorff vervolgens vrijelijk aan de slag.

 

Twee zwanen, twee eenden en een witte reiger. Ik stap even af en kijk om me heen. Zie ik nog meer vogels? Ja. En in de verte zie ik ook auto’s.
Bij mij valt niet de avond, maar breekt de dag aan. Terwijl ik verder fiets, zingt Het Veer door mijn hoofd. Dat begint met ‘Toen de avond viel […],’ maar ik hoor de tweede strofe. Ik ken die uit mijn hoofd:

 

Rondziend in ’t wijde land, de duinen links
met stijgende licht daarachter uit de zee,
rechts de stad in de verte met haar torens,
rood vuur en viaducten langs de kim,
koos hij het klimmend pad dat langs een dijk
de vaart bereikte, en bij dit blanke water,
breed bed van vrede, uit dieperliggend land
opgekneld als een zware scheur, vol gloed,
vol spiegeling, met riet bezoomd, verwijlde
een uur of wat, geleund tegen de muur’
van een kleine boerenhuis, Sebastiaan.

 

Dit is het ware fietsen. Al moet ik wel een beetje opletten want ik rijd op een smal pad met aan weerszijden een sloot. De strofe is gemaakt van muziek en kleur, van beeld en beweging. De elf regels vormen één samengestelde zin, met één samengetrokken onderwerp dat bestaat uit één woord, het laatste van de hele strofe: Sebastiaan. Daar loopt de mededeling op uit. De eerste strofe begon met ‘Sebastiaan’. De tweede eindigt ermee en in het vervolg zal in elke strofe deze naam een keer voorkomen (in een bijzonder lange strofe twee keer).
Er zijn twee hoofdzinnen (met dat ene gedeelde onderwerp ‘Sebastiaan’). De ene heeft als hoofdpersoonsvorm ‘koos’ en de tweede ‘verwijlde’, dus Sebastiaan koos en verwijlde. En daarvan wordt verteld waar het was, wanneer en hoelang het duurde.
De twee hoofdzinnen zijn wel verbonden door het woordje ‘en’ maar dat betekent niet dat de twee delen van deze constructie verwisseld kunnen worden. ‘En’ is hier consecutief: het geeft een volgorde aan. In een zin als ‘Hij liep naar het water en sprong erin’ kun je de twee delen niet straffeloos verwisselen. Dat betekent in deze strofe dat je de hele eerst helft van de strofe eigenlijk meer als voorbepaling bij de rest kunt lezen. Dus: toen en daar verwijlde Sebastiaan. De hele strofe lijkt erop gericht om de kern van de mededeling uit te stellen. Maar dat uitstel, die vertraging, maakt juist ook dat je verder wilt. Deze strofe vertraagt en stuwt zichzelf daarmee voort.
Dat is precies waar ik als fietser zo van kan genieten: van de weerstand die benen voelen, waardoor ze juist ook het heerlijke bewegen ervaren. En nu zingt die beweging ook nog als poëzie in mijn hoofd en krijg ik prachtige visioenen voorgeschoteld, terwijl er kraaien voor me uit vliegen en een aalscholver, zie ik, mij scherp in de gaten houdt.
Ik ben nog niet uitgefietst en het gedicht heeft nog tientallen versregels voor me in petto.

Submit to FacebookSubmit to Twitter