door Suzanne van Putten, 12 augustus 2015

 

Ruim 75 jaar na de Tweede Wereldoorlog houden schuldvragen ons nog steeds bezig. Met het voortgaan van de jaren willen we ook begrijpen waarom Nederlanders handelden zoals ze dat deden. Janne IJmker adresseert deze vragen in Wij hadden het leven lief. ‘Is de schuldvraag ooit te beantwoorden?’ vraagt de verteller zich af. Wat is de rol van de Joodse raad, van de Nederlandse bevolking? In een onderzoek naar deze vragen wil IJmkers alter ego Josje meer weten over de ervaringen van haar moeder Riekie in de oorlog. In hoofdstukken die zijn ingedeeld in drie categorieën krijgt de lezer het verhaal van Riekies jeugd en van de Joodse Samuel langzamerhand te horen. De hoofdstukken met de titel ‘De tape’ vertellen het verhaal van Riekie in de Tweede Wereldoorlog. Ze worden afgewisseld met brieven van de Joodse Samuel, die in een Drents werkkamp zit en brieven schrijft aan zijn vrouw, en met hoofdstukken die ‘Notities’ heten. Deze hoofdstukken geven een bredere duiding aan het verhaal dat Riekie vertelt. Hierin benoemt Josje haar indrukken van de interviews met haar moeder. Ze vertelt ook hoe de gesprekken zich verhouden tot allerlei boeken en andere teksten die ze eromheen leest. 

 

Het is een wat eclectisch maar gepast geheel, zoekend naar een vorm om feit en fictie te scheiden en tegelijk te vermengen. IJmker laat duidelijk merken dat ze zich heeft verdiept in de achtergrond van het voor ons liggende verhaal, bijvoorbeeld wanneer ze expliciet het verhaal van haar moeder vergelijkt met ander getuigenmateriaal. Ze citeert regelmatig uit bronteksten. Waar haar eerdere boek Mijn vriend Samuel (2002), zoals de meeste historische boeken, in de lopende tekst geen melding maakt van het onderzoeksproces van de auteur, kun je als lezer in Wij hadden het leven lief juist niet om de auteur als onderzoeker heen. Het heeft een haperend effect, waardoor ik me realiseer dat ik meer wil weten over het verhaal van Riekie en Samuel. IJmker weet de spanning op te bouwen en vast te houden. 

 

Verteller en interviewer Josje is hardnekkig gefocust op schuldvragen. Wanneer Riekie begint te vertellen, vraagt Josje regelmatig of het relevant is voor haar eigen onderzoek. Dat oogt soms wat vreemd: omdat het haar moeder is, verwacht ik dat ze, net als ikzelf als lezer, ook geboeid is door wat Riekie over haar jeugd te vertellen heeft. Het maakt haar tegelijk menselijk: een perfecte dochter zou zich volledig wijden aan het verhaal van haar moeder, Josje daarentegen kent vooral gedrevenheid voor haar onderzoek. Net als Riekies moeder is ze meer geconcentreerd op het werk dat gedaan moet worden – het interview is onderdeel van een onderzoek naar het bredere verhaal van de Nederlandse werkkampen – dan op wat Riekie over haar oorlogsverleden wil vertellen. Riekie heeft het moeilijk thuis; ze kan niet goed met haar moeder overweg, moet thuis veel doen en kan daardoor niet altijd naar school. Ze heeft steun aan de Joodse arbeider Samuel, die eet uit het pannetje dat Riekie achter de heg neerzet. IJmker weet het leven van een jong meisje gevoelig neer te zetten. 

 

Bij het terugbladeren in Mijn vriend Samuel zie ik dat IJmkers nieuwe roman niet alleen gebaseerd is op dezelfde familiegeschiedenis, maar dat ze bijna overal letterlijk dezelfde tekst gebruikt. Het verklaart waarom deze verhaallijn in de roman zo goed is uitgewerkt. Het maakt het voor de overige verhaallijnen een des te grotere uitdaging om even relevant te zijn: ze zijn in feite het bestaansrecht van deze nieuwe roman. IJmker slaagt daar redelijk in. Door het opvoeren van een onbetrouwbare verteller krijgt het verhaal plotseling een andere duiding. Ook door het expliciet bevragen van schuld en schaamte krijgt de roman een extra laag. Zo zegt Josje in een Notities-hoofdstuk: ‘ik voel de schaamte opkomen. […] Ik voel de schaamte over wat er in dat werkkamp tegenover het erf van mijn voorgeslacht kon gebeuren. […] ‘Men’ liet het gebeuren.’ En weer wat later denkt Josje: ‘Ik schaam me plaatsvervangend. Is dat terecht? Waar komt die schaamte toch vandaan? Houdt mijn schaamte een oordeel in? Terecht? Wie ben ik om nu, zoveel jaar na dato te oordelen? Of om überhaupt te oordelen?’ Wij hadden het leven lief is een roman die de lezer niet met rust laat. Doordat verteller Josje steeds bevraagt wat ze hoort van haar moeder en leest uit andere bronnen, kun je als lezer bijna niet anders dan die houding overnemen ten opzicht van wat je leest. ‘Ik mag en ik wil het leven met z’n gebrokenheid en het handelen dat daaruit voortkomt overdenken. Het gaat me daarbij steeds om de vraag: hoe leer ik goed te doen?’ Wij hadden het leven lief is niet alleen een verhaal, het is ook beschouwing over het waarom van het verhaal. Wat is de zin van herdenken, wat is de aard van schaamte? IJmkers roman biedt volop ruimte om deze vragen te overdenken. 

 

Janne IJmker, Wij hadden het leven lief. Brevier uitgeverij, Kampen, 2015. 256 blz., €17,90. 

Submit to FacebookSubmit to Twitter