Zo zijn Nederlanders

 

door Marja Verhoeve, 31 juli 2015

 

‘De Nederlander bestaat niet.’ Deze omstreden uitspraak van Máxima heeft in 2007 heel wat stof doen opwaaien. De allochtone koningin in spe concludeerde dat Nederland te veelzijdig is om in één cliché te vatten. Sinds de dood van Pim Fortuyn staat integratie op de politieke agenda. Weinig thema’s liggen zo gevoelig als juist dit heikele onderwerp. Juist daarom is het uitermate boeiend om de visie van immigranten op onze cultuur tot ons te nemen. Kader Abdolah biedt met Papegaai vloog over de IJssel zo’n inkijkje in de ziel van een immigrant die zijn best doet zich Nederland eigen te maken, maar zich soms geen raad weet met de botsing van culturen die er onherroepelijk is. Daarmee is het boek een schoolvoorbeeld van migrantenliteratuur.

 

 

Delen van het verhaal zijn te herleiden tot het eigen leven van Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Farahani, zoals Abdolah in werkelijkheid heet. Evenals de hoofdpersoon Memed is hij afkomstig uit Iran en vestigt hij zich in de jaren tachtig van de twintigste eeuw in de omgeving van Zwolle. In de uitwerking wijkt Abdolah echter af van zijn eigen leven. Zelf was hij een politieke vluchteling, maar Memed gebruikt dit motief alleen als smoes om het land binnen te komen. In werkelijkheid is hij zijn land ontvlucht omdat hij hoopt dat de artsen hier zijn doofstomme dochtertje kunnen genezen van haar hartfalen. Memed probeert als automonteur een bestaan op te bouwen, samen met andere asielzoekers.


Het verhaal speelt zich af in Zalk en een aantal andere dorpjes rond Zwolle. Daarmee heeft het ook iets van een streekroman. Abdolah tekent hoe een besloten hervormde gemeenschap een nieuw fenomeen als asielzoekers ontvangt. Voor de bewoners is de komst van een asielzoekerscentrum groot nieuws. De gemeenschap vreest dat er straks opeens gesluierde moslima’s door het dorp zullen lopen, maar de dominee houdt een uitgebreide preek over liefde voor vreemdelingen. Het is bijzonder om de visie van een allochtone schrijver op het Nederlandse calvinisme in een roman als deze te zien. De predikant figureert niet zoals een dominee dat in literaire romans placht te doen: als zede- of boeteprediker. Eerder is hij een toevallige passant die in sommige praktische situaties hulp kan bieden.

 

De papegaai uit de titel is eigendom van ‘Klazien uut Zalk’, die ooit bekend was vanwege haar natuurmiddeltjes tegen allerlei kwalen. De papegaai heeft een signaalfunctie: op cruciale momenten in het verhaal is hij er als boodschapper van goede en slechte tijding. Ook staat hij symbool voor het verlangen om naar huis terug te keren. Opvallend is dat Abdolah een verhaal gebruikt dat hij eerder in Spijkerschrift ook al een plaats gaf. Hij laat iemand het verhaal vertellen van een papegaai die opgesloten zit. Hij doet alsof hij dood is en kan terugvliegen naar huis zodra hij uit zijn kooi is. Wil je ontsnappen aan je huidige leven omdat Nederland je te veel benauwt, dan moet je doen als die papegaai, is de moraal van het verhaal. In dit boek is het de kolonel die op deze manier in het niets verdwijnt.

 

Abdolah toont zich een ware verteller. Hij beschrijft beeldend, het verhaal slingert zich voort als de IJssel zelf. Erg spannend is het niet, eerder een aaneenschakeling van toevallige gebeurtenissen. Evenals zijn andere boeken heeft Papegaai over de IJssel ook geen al te hoge literaire waarde. Daarvoor is het taalgebruik stilistisch te eenvoudig, de plot te mager. Wel is het goed om te bedenken dat Abdolah de Nederlandse taal pas op latere leeftijd heeft geleerd. Hij deed dit door het lezen van kinderboeken van bijvoorbeeld Annie M.G. Schmidt. Geen wonder dat hij qua stilistische hoogstandjes niet kan tippen aan zijn Hollands gebakerde collega’s.


Abdolah zet met zijn verhaal een stereotiep beeld van Nederland neer. Typerend is de grote vrijheid op seksueel gebied. De verschillende personages maken hier gretig gebruik van. Ze zien Nederland als een vrijplaats waar seksuele lusten van welke aard ook de vrije loop kunnen en mogen hebben. Daarnaast zijn Nederlanders stug, het zijn mensen van de klok. Dat leidt soms tot conflicten, zoals in de relatie tussen Memed en Catherina. Als zij een kind van hem krijgt, brengt ze het contact terug tot een minimum. ‘Memed mocht in die tijd slechts één keer per week bij haar langskomen. De vrienden van Memed konden niet geloven dat Catherina zo’n harde afspraak met hem had gemaakt. Voor een vader uit het Midden-Oosten zou dit onaanvaardbaar zijn. Maar afspraak is afspraak, zo zijn Nederlanders.’ Máxima’s uitspraak ten spijt.

 

Kader Abdolah, Papegaai vloog over de IJssel. Uitgeverij Prometheus, Amsterdam 2014, 448 blz., € 19,95.

Submit to FacebookSubmit to Twitter