Braeckman versoepelt de grenzen van de poëzie

 

door Ruben Hofma, 6 november 2014

 

De Vlaamse dichteres Inge Braeckman debuteerde in 2009 met Beeltenissen. In 2011 verscheen Incantaties 1 en in 2013 kwam het vervolg, Incantaties 2. Braeckmans debuut heb ik nooit onder ogen gehad, maar beide Incantaties wel. Door en door doorwrochte dichtbundels zijn het, hoewel het woord bundel geen recht doet aan de rijke vormgeving (door kunstenaar Jan Vercruysse). Het Poëziecentrum Gent, dat behalve uitgeverij bijvoorbeeld ook een documentatiecentrum is dat beschikt over een zeer uitgebreide collectie aan poëzieboeken uit de Lage Landen, wierp zich op voor de uitgaven van Braeckman. Incantaties 2 is net als deel 1 gedrukt op papier groter en vierkanter dan A4-formaat; het zijn pagina’s van 150 gram. De bladzijden ontsnappen niet uit je vingers en als ze dat doen, klinkt het als grote sneeuwvlokken die tegen een raam slaan.

 

Het ziet ernaar uit dat Braeckman met ‘incantaties’ haar eigen gedichten bedoelt en tegelijk de prominent geplaatste citaten die de gedichten en gedichtenreeksen scheiden. Citaten die je een paar keer leest, zoals het openingscitaat van Tranströmer: ‘Midden in het bos bevindt zich een onverwachte open plek die slechts gevonden kan worden door wie is verdwaald.’ ‘Alles was vlucht op onze aarde’, wordt verderop Neruda geciteerd. Veel quotes staan overigens in de oorspronkelijke taal, wat waarschijnlijk te maken heeft met een groot taalrespect van de dichteres die onder meer Germaanse Filologie studeerde.

 

Van kantlijn tot kantlijn, springerig van rechts naar links met veel witruimte ertussen, langgerekt of in een massieve blokvorm, met inspringingen; de veelvormigheid van de poëzie van Braeckman is nauwelijks te vatten in deze bespreking. Je kunt concluderen dat de vorm volledig ondergeschikt is gemaakt aan de inhoud – de dichteres heeft de inhoud van haar gedichten de vorm laten bepalen. Dat vind ik getuigen van lef. Wat ook direct opvalt, is Braeckmans gebruik van buitenlandse taal in de gedichten. De Engelse en Latijnse woorden, die wel bijdragen aan het hoge rijmgehalte in beide Incantaties en aan het mysterieuze karakter van de meeste spreuken, komen helaas popie jopie over. In Vlaanderen ervaart men het misschien anders.

 

De nieuwste Incantaties begint met een titelloos gedicht waar het eerste deel mee eindigt. Als ik de laatste gedichten van Incantaties 2 lees, dan vermoed ik dat er geen Incantaties 3 volgt. Het slotgedicht is getiteld ‘Ontwaken’ en gaat zo:

 

Ontwaken

Lees gedicht

 

Ontwaken

 

Bij het ontwaken dit landschap omwikkeld met een laken – een baken in het

                                                                                                                     [louterende
bekende van tederheid. Onze lichamen niet langer gedragen door de

                                                                                                         [vermomming van
gemis, maar ontwaakt in de oorspronkelijke verschijning van betekenis,

                                                                                                          [getrokken uit het
licht van de vollemaan. Septembernachten en wat ze brachten: uitlaatgassen

                                                                                                                [als misleiding
van een kant-en-klare gestalte. Je brengt me de geur van oorsprong terug,

                                                                                                             [van symbiose –

 

Inge Braeckman

‘Het einde van de cyclus breekt aan’ staat in het voorlaatste gedicht ‘Van verre streken’. Het betekent dat alle nodige toverspreuken geschreven zijn. Wat willen de spreuken? In veel ervan wordt een geliefd iemand of iets toegesproken en vormen lichamelijke verbondenheid en de tegenstelling vergankelijkheid/onvergankelijkheid het middelpunt. In de afdeling ‘Plaatsen (Non Sequitur)’ worden de schoonheid en geschiedenis (die mede de schoonheid veroorzaakt) van de Italiaanse hoofdstad tweemaal bezongen: in ‘Via Omero 8’ – ‘stad die zich identificeert met elke / tegenstander, en zich onbekommerd / verdicht met geluk.’ – en in ‘Rome’.

 

Rome

Lees gedicht

 

Rome

 

en nu je zomers brengt
witte hortensia’s en oleanders
in volle bloei – een meeuw
verbergt zich hoorbaar
achter daken. Want luister
luister hoe de wind
een inscriptie zoals op het timpaan
van Pantheon, van Greco of op
Bernini’s obelisk gedragen door
het zadeldek van de vrolijke
olifant, de onvergankelijkheid
opwekt van een mild en vruchtbaar
paradijs. Het licht wordt hier
een gouden koepel, de stad gevangen
in de lokroep van de eeuwigheid.
(Engelen weten niet waar eerst
te kijken.) Want kijk
kijk hoe het stuifmeel zich aan monumenten
en hun goden hecht, de schoonheid
door het straatbeeld steeds
herschapen wordt , wij echter wat we
voelen in- en uitademen terwijl
de zon verblinding –

 

Inge Braeckman

Aan het einde van dit gedicht lijkt het besef te landen dat de eeuwige schoonheid van de stad van lange levensduur is en dat de waarneming van de mens die schoonheid niet kan vasthouden. Schoonheid ontglipt de mens. Onder andere daarom zal Braeckman een gedicht als deze schrijven; om te proberen de waarneming van die schoonheid langer te laten duren. Zo proberen Braeckmans incantaties vaker iets vast te houden. De dichter is trouwens een ster in open eindes. Veel gedichten sluiten bijvoorbeeld met een streep of een onafgemaakte zin, sommige andere eindigen zonder punt of met drie punten. Dan stokt de stem van de spreker door de impact van het inzicht, lijkt het.

 

Veel gedichten zijn er voor geliefden, waaronder schrijver Ivo Michiels. In het gedicht ‘10.10.2012’, (de dag waarop Michiels begraven werd) stapt ‘een waaier van stilte prevelend achter je aan’. De gedichten gericht aan een onbekende ‘u’ en een ‘je’ staan vol met mooie poëtische taal. Uit ‘Landschappelijkheid: ‘Je polsslag op mijn mond. / Een lont dat in onze lichamen ontbrandt. De tijd / zit in de slaap gevangen. […] Mijn wereld is van jou / gemaakt.’ Ook sommige gedichten uit de afdeling ‘(Vanitas)’ zijn prachtig om hun originele, romantische formuleringen. Op Ooteoote staat het gedicht ‘Voor het zomer wordt’ dat onder de titel ‘Bloesems’ is opgenomen in deze afdeling.

 

De poëzie van Inge Braeckman doet me denken aan de mysterieuze poëzie van Gertrude Starink, van wie een citaat is opgenomen in Incantaties 1. Het zit ‘m in de woorden die gekozen zijn als codetaal voor de werkelijkheid (hoewel Braeckman abstracter schrijft), het fijne rijm en het onnadrukkelijke enjambement en de manier waarop de poëzie gebruikt wordt – als een met intense verbondenheid beschrijven en toespreken. Dit soort poëzie gaat heldhaftig tegen de tijdgeest in om daardoor alleen maar aan schoonheid te winnen, misschien zelfs die van een zeer langdurige soort.

 

Inge Braeckman, Incantaties 2. Uitgeverij Poëziecentrum vzw, Gent 2013, 64 blz., €22,50.

Submit to FacebookSubmit to Twitter