door Els Meeuse, 16 augustus 2014

 

Charles Ducal is vanaf begin dit jaar de eerste Belgische Dichter des Vaderlands sinds Emile Verhaeren in 1899. Een bijzondere eer dus. Luister hier de aanvaardingsspeech die hij uitsprak. Het maakte mij nieuwsgierig naar zijn werk. Recent verscheen zijn bundel De buitendeur. Een uitgelezen kans om kennis te maken met deze dichter.

 

 

De bundel bestaat uit acht cycli. De eerste twee, ‘Met zeven aan tafel’ en ‘Te laag voor het licht’, zoomen in op een kind dat zich op het platteland probeert te ontworstelen aan de zuigende kracht van ingepompte angstbeelden. De derde cyclus, ‘Geen moeder, geen vader’, doet zich aan mij voor als een reeks waarin gebroken wordt met ouders en verleden. De vader verlaat het leven op een vreselijke manier, lijdend aan alzheimer. Daarna begint het vrije leven pas echt. In de tweede helft van de bundel ontspinnen zich gedichten waarin de dichter het leven lijkt te wilen begrijpen door het tegelijkertijd te begrenzen en open te breken.

De cyclus ‘Na Auschwitz’ staat treffend voor de laatste reeks: ‘Een schitterend land’. Een cynische titel voor de laatste gedichten van de bundel. In dit ‘schitterende’ land gaat het recht van de sterkste over lijken. Het leven is er na de ontworsteling van huis en haard niet veel beter op geworden.

 

In de eerste gedichten van de bundel overheersen bijgeloof en angst. De kinderen worden traditioneel opgevoed, zodat ze hun kinderen later weer op dezelfde manier zullen opvoeden, zo blijkt uit het gedicht ‘Jong geleerd’:

 

Jong geleerd

Lees gedicht

Jong geleerd

 

Zolang het donker is hoor ik
hen stappen in het plafond.
Komt de zon, dalen zij af
in mijn hoofd en leggen
iets kouds op mijn tong.

 

Zij komen uit grote zakken
die vader naar boven droeg.
Zij stelen de melk van de katten.
Soms kleeft aan het schaaltje
hun bloed.

 

Het huis is zo gekrompen
dat het in mijn lichaam kan.
Als iemand naar binnen wil
zijn de deuren verwrongen.
Er komt niemand in. Niemand.

 

Later zal ik van iemand houden,
zegt moeder, dat is het plan.
Dan heb ik een huis met een vrouw
en met kinderen. Die maak ik
vreselijk bang.

 

Charles Ducal

 

Het gedicht trof mij. Hoe komt het dat juist op het platteland mensen en kinderen elkaar zo bang maken? Het plan ligt voor de ik-persoon al vast: een vrouw met kinderen die hij op zijn beurt weer bang mag maken. Toch is dat niet waar hij op uitkomt. Hij ontworstelt zich aan zijn ouderlijk milieu, zo goed en kwaad als het kan, maar dat blijkt helaas nooit helemaal mogelijk te zijn. ‘Het huis is zo gekrompen / dat het in mijn lichaam kan.’ En daar zal het nooit helemaal uit verdwijnen. De angst is te diep geworteld. De deuren gaan ook later in de bundel weer keer op keer dicht. ‘Er komt niemand in. Niemand.’

 

Juist achter die dichte deuren ontstaat de poëzie.

 

Zo begint het

Lees gedicht

Zo begint het

 

De moeder van de poëzie is de verveling.
Zij sluit mij op en gooit de sleutel door het raam.
Dit is je plek, zegt zij, probeer nu maar,
er is vast een formule, een bezwering

 

die de uren van hun zuigkracht kan bevrijden.
Seconde na seconde tikt, is zich van mij bewust,
een mespunt op de muur, een rusteloze naald
die in het ijle stikt. Zo begint het schrijven.

 

Als een die, verdwaald in een onmogelijk woud,
in een bodemloze put gevallen, toch nog schreeuwt
en iemand is al onderweg die van hem houdt.
Zo begint het schrijven, zo vergeefs.

 

Charles Ducal

 

Als de moeder van de poëzie de verveling is, is de vader van de poëzie dan de angst? Ik zou er een lans voor willen breken, zeker na het lezen van deze bundel. De ik-persoon denkt en dicht weliswaar over een goed leven, ‘Een betere wereld is denkbaar.’, maar toch komt hij elke keer weer bij de ellende uit. ‘Wie niet verdrinken wil zwemt.’ Het schitterende land van de hoopvolle toekomst die hij zich als kind ongetwijfeld voorgesteld had, blijkt helemaal niet zo schitterend te zijn. Misschien is er maar een middel om je angst te bezweren. De deur moet dicht.

 

De buitendeur

Lees gedicht

De buitendeur

 

Voorlopig hebben wij niets te vrezen,
de deur is gelukkig goed dicht.
Daarachter horen wij soms beweging,
maar wij weten niet wat het is.

 

Alleen aan deze kant, zegt men, zit een klink,
maar dat is slechts een hypothese.
Misschien dat niemand ze vindt, daarginds
in het donker, of gaat het om wezens

 

die enkel schuilen willen in een portiek.
Ooit vonden wij het gerucht alarmerend,
maar een deur is maar een deur
voor wie ze openen wil. Houdt men ze dicht

 

stopt op die plaats de wereld.

 

Charles Ducal

 

Er is een belangrijk verschil met het begin van de bundel. De angst lijkt deels bezworen en ingetoomd te zijn. We moeten doen wat we kunnen om ons te beveiligen. De deur goed sluiten. Verder helpt verstandelijk redeneren de overige angsten weg te nemen. Geruchten zijn misschien maar mensen die enkel schuilen willen. Maar wat houd je dan over, als je de buitendeur moet sluiten en de wereld stopt? ‘Zo begint het schrijven, zo vergeefs.’ En dan, tijdens het schrijven, opent de buitendeur van de dichter nieuwe werelden: Congo, Polen en Israël; veel mooie gedichten die ik helaas nu niet meer kan bespreken. Koop de bundel dus zelf en lees, want er is iemand in een bodemloze put gevallen, iemand die schreeuwt. Schreeuwend overschrijdt hij grenzen, en dat door dichte deuren.

 

Charles Ducal, De buitendeur. Atlas Contact, Amsterdam/Antwerpen 2014, 96 blz., € 21,99.

Submit to FacebookSubmit to Twitter