door Els Meeuse, 9 juli 2014

 

De naam Maarten van der Graaff kende ik niet, totdat ik op nos.nl las dat hij met zijn bundel Vluchtautogedichten de C. Buddingh’-prijs had gewonnen. Daarna ontdekte ik dat hij van Flakkee komt, een Zuid-Hollands eiland dat voor mij niet helemaal onbekend is. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt.

 

 

Het eerste gedicht lees ik als een voorwoord van zijn bundel en ook wel van zijn dichterschap: 

 

Lees gedicht

 

*

enorme enorme ruimte
wie zijn al deze vreemdelingen die mij fascineren?
ik begin de illegale reconstructie
als opgeschorte monnik
op zijn witte rug drijvend

 

er is een schaduw groter dan de bergen

 

tijdens mijn wandeling door de buurt zie ik iemands uiterlijk
doorbuigen het hart campagne
klopt als een betoverde pik
aanwezigheid tukt op de vloer
iemand toont mij de foto
waarop iedereen die ik ken
inclusief droomwens rotstuin faillissement
staat afgebeeld

 

ontsnappen is sexy

 

Maarten van der Graaff

Hoofdletterloos en interpunctieloos. Een gedicht zonder begin en einde, zwevende woorden in een enorme enorme ruimte. Een poging tot een illegale reconstructie, een poging te zien en te beschrijven, een poging schrijvend te ontsnappen. 

Als je de bundel op een willekeurige bladzijde openslaat, kan het zijn dat je even verward raakt. Is dit een dichtbundel of een roman? Veel gedichten reiken naar het onbegrensde en dit komt in de vormgeving van die gedichten en in de typografie tot uiting. Van der Graaff werkt overigens momenteel daadwerkelijk aan een roman.

 

De dichter van Vluchtautogedichten kijkt, beschrijft en neemt afstand. De gedichten zijn een voortdurend aantrekken en afstoten van de dingen die geobserveerd en in veel gevallen intenser – namelijk genoten – worden. Tijdens het lezen en herlezen bekruipt mij het gevoel dat ik nooit helemaal greep op de gedichten zal krijgen en juist dat maakt het lezen van de bundel intrigerend. Hier is sprake van een meesterlijke woordkunst, een doordringende observatie van het bestaan. Het enige wat je kunt doen is meestijgen in de woorden, de enorme ruimte in en dan net als de dichter alles loslaten.

 

Het zijn deze trends

Lees gedicht

 

Het zijn deze trends

 

om zich te ontdoen van
geloof in vergadering
van diepe aarde
om zich te ontdooien naar
het lot van de dobbelsteen
zal worden gecodeerd
staat u mij toe een laatste keer
te denken aan het nageslacht opdat dit niet significant verpietert
met startersnonchalance

 

Wij schrijven Apocalyps. Ze zeggen dat binnenkort de regering valt
of in ieder geval ontspant.
Nooit vertrouwd raken met iemand. Nooit een hand geven.
Honderdduizenden metaforen voor het leven als toekomstige pausen
beijveren zich.
Het zijn deze trends: huiduitslag,
onverteerbare dagen.

 

Maarten van der Graaff

Hoe verder ik in de bundel kwam, hoe meer mij twee dingen opvielen. Aan de ene kant vormen pogingen om te vluchten, los te komen en los te blijven van alles een essentieel onderdeel van de bundel. Aan de andere kant trof mij de hoeveelheid gedichten over de liefde en seksverwijzingen. Dit de ander aantrekken en afstoten lijkt in eerste instantie tegenstrijdig, maar het vormt uiteindelijk juist de spankracht van de bundel.

 

Helaas voor mij ontdekte ik nauwelijks aandacht voor de herkomst van de dichter. Het gedicht ‘Flakkee’ spreekt boekdelen. Het begint met de regel: ‘Waarom herinner ik mij niets?’ Wel zijn er verschillende onderliggende verwijzingen naar christelijke teksten – de eilandbewoners zijn over het algemeen orthodox-christelijk. Tegelijkertijd kwam ik al lezend in klassieke sferen terecht. Blondie (de geliefde van de ik-persoon) doet denken aan de klassieke geliefden van lyrici als Petrarca en Catullus. Het is ook de moeite waard om het Hooglied eens naast deze ‘liefdesgedichten’ van Van der Graaff te leggen. En gedicht ‘139’ is zonder twijfel een parodie op psalm 139.

 

139

Lees gedicht 

 

139

 

Ik omgeef je van achter en van voren,
ik leg mijn hand op je.
Mijn hand is een eenzelvige korst op je.
Je voelt leem, de huid van
Leviathan. Vastberaden, oeroude Leviathan.
Ik houd mijn oog op je.

 

Al week je voorbij mijn begrip (mijn begrip is een zee
je kunt geen kant op of er is begrip),
Al kroop je terug bij je moeder,
dan nog zou mijn hand zich vergrijpen,
mijn rechterhand zou smoren als
mos zonder weet van zijn
stugheid.
Mijn linkerhand aanhalen, met trage halen tot
stilte manen.

 

Word ik wakker,
dan nog ben ik bij je.

 

Maarten van der Graaff

Het is duidelijk dat Van der Graaff het eens is met Freud. ‘Dit alles – ik bedoel het eten van hamburgers, het drinken van cola / en het slapen in de foetushouding – / is een direct gevolg van zijn orgasme.’ Saillant detail: het gaat hier over Obama. In de gedichten klinkt lichte humor door in de beschrijving van de werkelijkheid en van dat wat werkelijkheid zou kunnen zijn of worden. Zo wordt bijvoorbeeld vrij gedetailleerd de (potentiële) dood van verschillende dichters beschreven. 

 

Van der Graaff schreef met zijn debuut een bijzondere bundel. Een bundel waarin gestreefd wordt naar het schijnbaar onmogelijke: de beleving van het vrij en gebonden zijn ineen. De laatste woorden van het eerste gedicht uit de bundel verwoorden deze paradoxale poging treffend: ‘ontsnappen is sexy’.

 

Maarten van der Graaff, Vluchtautogedichten. Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam 2013, 55 blz., € 21,95.

Submit to FacebookSubmit to Twitter