Els Meeuse over Tango. Lied van Buenos Aires, 28 april 2014

 

Voordat ik het boek Tango. Lied van Buenos Aires had opengeslagen, wist ik vrij weinig van de tango af. Ik kende het als dans, maar daarmee was dan ook alles gezegd. Dit boek heeft mijn kennis behoorlijk opgevijzeld.
Het leek mij een uniek boek over een uniek onderwerp. En dat is het ook. Voor het eerst is een groot aantal tangoteksten in het Nederlands vertaald en daardoor voor een nieuw publiek toegankelijk gemaakt.

 

 

De uitgebreide inleiding neemt je mee in de oorsprong en de geschiedenis van de tango. Deze is ingedeeld vier perioden: de oude garde (1880-1917), de nieuwe garde (1917-1929, crisis jaren (1930-1937) en de gouden jaren (1938-1955). De geschiedenis van Argentinië is van groot belang voor de ontwikkeling van de tango, zo blijkt. De historie van het land weerspiegelt zich in de tangoliederen. 

 

Na de inleiding volgen de liederen zelf. Zowel het origineel, het Spaanse lied, als de vertaling is weergegeven. À Campo heeft de liederen in verschillende thema’s ingedeeld: stad, zelfkant, mannen, vrouwen, liefdesleed, moraal, bevolkingsgroepen/anderen en tot slot: de tango zelf. Elke afdeling start met een sprekende foto met betrekking tot het thema. De thema’s geven structuur aan het boek. In die zin is het prettig. Toch komt het af en toe wat gemaakt over. Er is veel overlap tussen de thema’s.

 

De sfeer van de liederen is heel wisselend. Zoals het leven is, zou je kunnen zeggen. Mijn eerste indruk was: het zijn oppervlakkige volksteksten die alle facetten van het leven blootleggen. De liederen behelzen vreugde en verdriet in intense bewoordingen. Ze zijn mooi, soms snijdend en vooral confronterend. Af en toe deden de liefdesliederen mij denken aan liefdesdichters als Ovidius en Catullus. Met dit verschil dat je de gedichten van de Latijnse poëten kunt blijven lezen zonder de bodem te bereiken, terwijl de tangoteksten over het algemeen beduidend minder diep zijn.

 

De vertalingen van de liederen zijn naar mijn idee meestal vooral letterlijk en minder literair. Maar misschien komt dat ook doordat de teksten zelf tamelijk oppervlakkig zijn. Ik ben geen kenner van het Spaans, dus ik kan het niet heel goed beoordelen.

 

De bundel opent met ‘Het lied van Buenos Aires’ (blz. 17), een lied waarmee direct de toon is gezet:

 

Het lied van Buenos Aires

Lees gedicht

Het lied van Buenos Aires

 

Buenos Aires, toen ik in den vreemde was,
Vond ik alleen troost
In de noten van een heerlijke tango
Op een treurende bandoneon.
Buenos Aires, ik zuchtte om jou,
Onder de zon aan een andere hemel,
Toen mijn hart treurde
Bij het horen van jouw nostalgisch lied.

 

Boosaardig lied, lied van Buenos Aires,
Iets in jouw binnenste leeft en blijft bestaan,
Boosaardig lied, bittere klacht,
Hoopvolle glimlach, hartstochtelijke snik.
Dat is de tango, lied van Buenos Aires,
Kind van de voorstad, nu koningin in de wereld;
Dat is de tango, die ik innig meedraag,
Gekerfd in het diepste van mijn vaderlands hart.

 

Buenos Aires, waar de tango ontsproot,
Mijn geliefde vaderland,
Ik wou dat ik heel mijn ziel
Kon leggen in mijn zang.
En aan mijn lot vraag ik de gunst
Dat ik aan het einde van mijn leven
Het kermen hoor van de bandoneon
Bij het vertolken van jouw nostalgisch lied.

 

Vertaling: Joep à Campo

 

Het gedicht luidt in de oorspronkelijke taal:

 

La canción de Buenos Aires

Lees gedicht

La canción de Buenos Aires

 

Música: Orestes Cúfaro / Azucena Maizani | Letra: Manuel Romero | Tango 1933

 

Buenos Aires, cuando lejos me vi
sólo hallaba consuelo
en las notas de un tango dulzón
que lloraba el bandoneón.
Buenos Aires, suspirando por ti
bajo el sol de otro cielo,
cuando lloró mi corazón
escuchando tu nostálgica canción.

 

Canción maleva, canción de Buenos Aires,
hay algo en tus entrañas que vive y que perdura,
canción maleva, lamento de amargura,
sonrisa de esperanza, sollozo de pasión.
Este es el tango, canción de Buenos Aires,
nacido en el suburbio, que hoy reina en todo el mundo;
este es el tango que llevo muy profundo,
clavado en lo más hondo del criollo corazón.

 

Buenos Aires, donde el tango nació,
tierra mía querida,
yo quisiera poderte ofrendar
toda el alma en mi cantar.
Y le pido a mi destino el favor
de que al fin de mi vida
oiga el llorar del bandoneón,
entonando tu nostálgica canción.

 

Luister hieronder hoe dit lied op muziek klinkt. 

 

{youtube}RY_7hnSapkI{/youtube}

 

Een gedicht dat mij bijzonder raakte was ‘Altijd is het carnaval’ (blz. 255). Ik heb het meerdere keren gelezen; het lied bleef smaak houden. Het leven wordt als schijnvertoning aan ons voorgesteld. ‘Hoeveel mensen leven vermomd / En weten niet dat zij dat blijven, / Zonder een spier te vertrekken. / Deze wereld is een beeldscherm / Met doorlopende voorstelling, / Die ons doet verteren.’ En: ‘Lang leve het carnaval. / […] Jij bent het eeuwige maskertje / Dat geniet van het bedrog.’

 

Verrast was ik toen ik een aantal sterk christelijk getinte gedichten tegenkwam. Bijvoorbeeld het gedicht ‘Storm’ (blz. 257). En ‘Aan de voet van het Heilig kruis’ (blz. 277). Maar ook ‘Driekoningen’ (blz. 291). Ik geef het gedicht ‘Storm’ weer, in veel opzichten een knipoog naar psalm 73:

 

Storm

Lees gedicht

Storm

 

Huilend tussen bliksems,
Verloren in de storm
Van mijn nacht zonder einde, God,
Zoek ik uw naam…
Ik wil niet dat uw lichtstraal
Mij in mijn verschrikking verblindt,
Maar ik heb licht nodig
Om door te gaan…
Is, wat ik leerde aan uw hand,
Niet toereikend voor dit leven?
Ik voel dat mijn geloof wankelt,
Want de slechteriken, God,
Leven beter dan ik…

 

Als het leven een hel is
En de rechtvaardige leeft in tranen,
Waar is dat goed voor…
Wie strijdt in uw naam,
Rein en zuiver… waartoe?...
Als tegenwoordig de wandaad de weg wijst
En de liefde in uw naam, God!
Doodt wie je hebt gekust…
U volgen is voordelig,
En u minnen is zwichten voor het kwaad.

 

Ik wil u niet verlaten,
Toon slechts een maal
Dat de verrader niet straffeloos leeft,
God, om u te kussen…
Wijs mij een bloem
Die is ontsproten aan het streven
U te volgen, God!
Om geen haat te voelen:
Jegens de wereld die mij veracht
Omdat ik niet leer roven…
Dan zal ik op mijn knieën,

Bloedig door de keien,
Zalig met u sterven, Heer!

 

Vertaling: Joep à Campo

 

Mede door deze christelijke liederen werd ik aan het denken gezet over de rol van de moeder in de tango. De moeder komt opvallend vaak voor. Ook Maria komt regelmatig langs. Hoe meer liederen ik las, hoe meer mij het gevoel bekroop dat Maria en de moederfiguur in de tango vaak eigenlijk één zijn.

De vrouw wordt, zoals zo vaak in literatuur en lectuur, op twee manieren afgebeeld: als hoer die de man bedriegt (femme fatale) en als heilige. Heilige is zij zo goed als altijd in de rol van moeder. De man keert ooit in zijn leven terug bij de moeder. Zij is zijn eerste grote liefde, zij blijft zijn redding. Als je Maria buiten beschouwing laat, doet het je af en toe sterk aan Oedipus denken. Een duidelijk voorbeeld hiervan is het lied ‘Je hebt maar één moeder’ (blz. 137):

 

Je hebt maar één moeder

Lees gedicht

Je hebt maar één moeder

 

Als boete voor oude dwaasheden
En mijn droeve klagen onderdrukkend,
Keerde ik terug bij mijn oude moeder
Om de diepe tederheden,
Die ik achterliet bij mijn vertrek.
Toen zij mij zag zei ze niets
Over mijn vroegere stommiteiten,
Maar ik hoorde alleen maar
Met liefde verzoete woorden
Voor haar zoon!

 

Kussen en liefde…
Vriendschappen… fraaie frasen
En rozige waanbeelden
Zijn er in de wereld
Tot zijn schande meer dan genoeg…
Moeder is er maar één!...
Als heb ik haar ooit vergeten,
Het leven leerde mij eindelijk
Dat je naar die liefde terug moet keren.

 

En laat niemand komen om mij
Weg te rukken van wie mij aanbidt,
Van wie zich met weldadig geloof
Inspant om mij te troosten
In mijn lang geleden leed…
IJdel zijn de verleidingen
Om te spotten om haar zorg;
Voor haar ben ik altijd een kind,
Gezegend zij haar grijze haar!
Ik zegen haar liefde!

 

Vertaling: Joep à Campo

 

De eerste strofe lijkt een variant op ‘De verloren zoon’, het Bijbelverhaal waar de vader de zoon opwacht. De moeder is een goddelijke figuur. In ‘Stilte’ (blz. 139) staat: ‘De moeder was een heilige met haar vijf zonen’. In de tango vindt een versmelting plaats tussen de moeder en Maria. ‘Moeders zijn goddelijk, met het sieraad van heiligheid,’ zo vermeldt het lied ‘Kop op’ (blz. 141). 

 

Het laatste woord over de tango is nog niet gezegd. Het lezen van dit boek was voor mij een boeiende kennismaking. Een kennismaking met een lied, een volk en een land. ‘De tango is een geschiedenis, / Elke zin is een herinnering, / Elke passage is een leven met verborgen pijn / En heel de tango is ons eigen. / [..] De tango is altijd een geschiedenis / Die in al zijn bladen meedraagt / Woorden van het hart.’ (Uit: ‘De tango vertelt een geschiedenis’, blz. 321). Dat spreekt boekdelen.

 

Joep à Campo, Tango. Lied van Buenos Aires. Uitgeverij ArtScape/ Arte Vista, Rotterdam 2013, 360 blz., € 29,80.

Submit to FacebookSubmit to Twitter