door Christely van Mourik. Eerder gepubliceerd in Liter 87.

 

Welk boek doet ertoe en welk juist niet? In de rubriek ‘Leeflijst’ beantwoorden docenten Nederlands drie vragen aan Christely van Mourik. Roeland Smith (39) staat voor de klas op het Corderius College in Amersfoort, een gezellige school waar literatuur wordt besproken in kringgesprekken. Hij doceert Nederlands en robotica: ‘Robotica is eigenlijk ook een taal, maar dan met een heel precies luisterende, domme gesprekspartner.’



*

 

Welk boek heeft je leven veranderd?

Toen ik een jaar of acht was, heb ik Het neefje van de tovenaar van C.S. Lewis gelezen. Ik weet nog dat ik dat als een droom heb ervaren. Dat was de eerste keer dat ik ontdekte dat een boek je echt naar een heel andere wereld mee kan nemen. En dat je daar later dan ook naar terug kan verlangen. Maar toen ik het boek later weer tegenkwam, was de magie van het verhaal weg. Ik was er te oud voor geworden. Een aantal jaar geleden las ik van de Israëlische schrijver Meir Shalev Een duif en een jongen. Dat opende voor mij weer de deur naar literatuur. Ik werd opnieuw betoverd. Ik maak veel muziek, maar door Shalev merkte ik dat het lezen van een echt mooie tekst me meer doet dan het horen van mooie muziek. Shalevs boeken hebben op iedere bladzijde een heel mooie zin, het vertelde verhaal is tegelijkertijd gestoord en realistisch, en er is altijd een plot. Een open einde zie ik gewoon als luiheid van de verhalenverteller. Kom op, knok tot je een einde hebt! Je moet iets afronden. Wordt het dan plat? Als schrijver moet je je best doen om het niet plat te laten worden. Dat kan Shalev erg goed.

 

Welk boek had je liever niet gelezen?

Laatst heb ik Het smelt gelezen, van Lize Spit. Dat was eigenlijk een erg goed boek. Het modderde nog een aantal dagen door in mijn hoofd. Maar het verhaal is heel rottig. Dus of ik het nu liever niet had willen lezen, dat weet ik niet zeker. Het is heel fatalistisch. De personages komen niet in actie. Bij boeken van Griet Op de Beeck erger ik me daar ook aan. Er wordt heel natuurgetrouw beschreven hoe het dan misloopt. Treurig, treurig, treurig. Kom in actie, laat iets gebeuren! Ik mis de vonk, de spanning. Bij dit soort boeken ga ik bladeren, tot er weer iets gebeurt. Bij Shalev doe ik dat niet, omdat ik zijn taal heel mooi vind.

 

Welk boek raad je je leerlingen aan?

Bij Tommy Wieringa blader ik ook niet. En dan bedoel ik vooral Dit zijn de namen. Ik raad dit boek aan leerlingen aan, en ik heb nog nooit een leerling gehad die het niet geslaagd vond. Wieringa schrijft hele mooie zinnen, en ook hij werkt toe naar een plot. Dat is voor leerlingen heel bevredigend. Leerlingen die aanvoelen dat de verhaallijnen bij elkaar gaan komen, worden beloond en andere leerlingen krijgen een verrassing. De detectiveachtige twist aan het einde vind ik knap gedaan. Dan heb je een goed boek geschreven.

Het is belangrijk dat leerlingen lezen bevredigend vinden. Aan het eind van de opleiding moeten leerlingen het gevoel hebben dat lezen mooi en bijzonder is, en dat ze het ook kunnen. Leesplezier kun je snel afbreken. Vandaar dat wij ook niet toetsen met leesverslagen maar met kringgesprekken.

Laatst vroeg een leerling of hij thrillers van Tom Clancy mocht lezen. Ik heb er eentje met hem meegelezen. Tja, dat is dan zo lui geschreven. Een personage is bijvoorbeeld somber en zit twee zinnen later weer tevreden op de bank. Dat soort slordigheden. Dan zoek ik naar een vergelijkbaar boek. Dat werd Geronimo van Leon de Winter. Het gaat als een ‘echte’ thriller over Navy Seals en complottheorieën, maar er zit ook een extra verhaallijn door het boek heen verweven. Knap gedaan en dat verhaal sprak deze leerling heel erg aan.

Dan bestellen we er meteen wat van bij en raden het boek ook andere leerlingen aan.

Een goed middelbareschoolboek past bij leerlingen én bij docenten.

Submit to FacebookSubmit to Twitter