door Len Borgdorff, 8 augustus 2017

 

Heldhaftigheid of algehele dreudeligheid. Het is het een of het ander deze zomer. Jaag ik geen kilometers uit de trappers van mijn fiets of uit mijn schoenzolen, dan lig ik, zoals nu, in bed met allerlei onaangenaamheden.

Intussen lees ik Een tuin in de winter. Dat past bij mijn dreudeligheid en malaise, want het is een bovenal droevig boekje waarin een bedroefde Anna Enquist vertelt over de droeve en ook droefstemmende laatste jaren van Gerrit Kouwenaar, zoals je weet is dat de grootste, maar ook weer enigszins vergeten, dichter die Nederland de afgelopen honderd jaar mocht kennen.

 

 

Er zijn jaren geweest dat ik niet in staat was om een gedicht van hem uit te lezen vanwege een formulering die mij geen andere keuze liet om meteen pen en papier te pakken en zelf ook iets te schrijven. Natuurlijk waren er ook momenten dat ik gewoon doorlas of op een gedicht bleef kauwen.

Gerrit Kouwenaar schreef één van zijn laatste gedichten in 2005 voor Het Liegend Konijn (bijna net zo goed als Liter) en ook in dat gedicht ‘de ochtend’ kom ik weer een regel tegen waar ik zelf mee aan de slag zou willen:

 

de dag vriest in zijn datum vast

 

Dankzij de dreudeligheid blijf ik wat langer naar de woorden kijken, alsof ze een plaatje zijn. Dag en datum overlappen elkaar niet alleen in klank, ook in betekenis hebben ze veel met elkaar gemeen en datzelfde geldt voor ‘vriest’ en ‘vast.’ Het is een grisaille, met bijzonder weinig attributen bovendien, maar tegelijkertijd gaat het om de allerlaatste beweging, een laatste ademhaling.

 

Nogmaals, het is een dreuzelige dag, waarop de enige afstand die ik afleg die is tussen bed en bad. Ben ik somber? Zeker. Maar ik geniet van de mooie sombere woorden van Kouwenaar.

 

Lees gedicht

 

De ochtend

 

De ochtend dat het nooit meer avond wordt
talend naar stilstand was het nooit zo licht

de boomtop staat in brand in vlammen roerloos wit
het maaiveld kraait geen haan, nooit meer ontledigt zich

de dag vriest in zijn datum vast, hij ziet zich na
over de brug van taal die anderzijds niet is

hier hoort men thuis opdat men zich verliest
de maaltijd zweet zich koud, de foto drinkt zich blind

hier duurt zich wat bedierf, namaals is goudpapier
dun als de vlinder die onwetend rouwt
en in zijn mantel uit zijn vleugels valt –

 

Gerrit Kouwenaar

 

In deze vorm stond het gedicht op de rouwkaart bij Kouwenaars dood in 2014, maar intussen blijkt dat de dichter het gedicht in de tien jaar daarvoor heeft veranderd zodat het niet alleen nog beter werd maar ook nog het gedicht zou worden over zijn eigen dood.

 

‘Ik hoop,’ zo besluit Enquist het hoofdstukje over dit gedicht, ‘dat hij toen tevreden was, dat hij van de wijn dronk en glimlachend rechtop ging zitten, blij met zijn schrijnendste vers.’

 

Anna Enquist, Een tuin in de winter. Herinneringen aan Gerrit Kouwenaar. Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam / Antwerpen 2017.

 

Gerrit Kouwenaar, Van woorden gemaakt. Gedichten, geselecteerd en ingeleid door Anna Enquist. Em. Querido’s Uitgeverij BV, Amsterdam / Antwerpen 2017.

Submit to FacebookSubmit to Twitter