door Len Borgdorff, 18 juli 2017

 

De wandeling door de duinen van Walcheren gaat met zoveel vochtverlies gepaard dat ik er toch weer vrolijk van word. Dat is tegen beter in, want kort geleden nog heb ik met een zwaar bepakte fiets Franse hellingen genomen en dat bij dezelfde hoge temperatuur als nu, maar naderhand bleek ik nog geen kilo lichter te zijn geworden. En dat is blijkbaar toch een ijkpunt voor me in barre tijden. Lichter, lichter, zong het toen het door mijn hoofd, en nu, met dit geploeter, zingt het weer. Ik word vrolijk bij het idee alleen al een paar grammen onder de 80 kilo te komen.

 

 

Met knikkende knieën neem ik een duin, met knakkende daal ik af. Vooral mijn rechterknie speelt op. Afzien is een keuze, een roeping.

Het is het bestaansrecht van het Jacobskruiskruid dat ondanks de kokende hitte overeind blijft, ook hier. Van Geel, denk ik en ik bedoel niet de kleur maar de dichter. ‘Niemand komt immers tot de duinen dan door Chris,’ zeg ik, terwijl ik stilsta om een foto te maken. ‘Wat zeg je?’ vraagt Aat verschrikt. ‘Dit is Sint Jacobskruiskruid,’ zeg ik. ‘Maar ik zie geen rupsen, wel slakken,’ voeg ik er nog aan toe, maar mijn wandelmaat is dan al verder gelopen.

 

Lees gedicht

 

St. Jacobskruiskruid

Als snoerde het de buikriem dicht,
een als een steen gezette bloem
waar geel gewiegde rupsen komen.

Als kind al zag ik stengels die
geen bloemen duldden, was ik in
de stralen die vanuit het hart

ontbreken in het ruige kruid,
in het benauwde van beklemde
bloei verdiept.

 

Chr. J. van Geel

 

Lopen mag dan gepaard gaan met veel geknik en geknak, hier stilstaan, zoals deze gele plant een leven lang moet doen is nog veel erger. Ik neem een slok. Ik weersta de verleiding om al dit ascetische kruid te besprenkelen en loop door.

 

Aat staat een eindje verder op te wachten. Ik zie de ‘als steen gezette bloem’ van zijn gezicht onder de klep van zijn pet, waarlangs wat straaltjes zweet als ‘geel gewiegde rupsen’.

 

‘Heb jij last van je knie?’

‘Welnee,’ zeg ik. Want stilstaan in een duinpan is erger dan een onwillig been door het mulle zand moeten slepen. Ook al word ik daar geen grammetje lichter van.

 

Chr. J. van Geel, Vluchtige verhuizing. Atheneum – Polak & van Gennep, Amsterdam 1976.

Submit to FacebookSubmit to Twitter