door Len Borgdorff, 10 juli 2017

 

Op onze wandeling van Vlissingen naar Domburg staan de talrijke bankjes er bepaald niet uitnodigend bij, vinden Aat en ik. Het is nog een wonder dat er niet eentje spontaan tot zelfontbranding overgaat. 34.4 graden zag ik ergens op een klok annex thermometer. ‘’t Is goed om in de zon te zitten en toe te zien hoe anderen spitten,’ mompel ik mijn schoonvader na. Maar waarom niet in de schaduw? Zou mijn schoonvader die inmiddels al een paar jaar in de hemelen is nu vanaf een bankje in de volle zon zitten kijken naar het spitten van volkstuinders of het met rugzak beladen geploeter van zijn schoonzoon of zou hij daar in de hemel, waar zich licht stapelt op licht, misschien nog wel wanhopiger dan ik, op zoek zijn naar een beetje schaduw?

 

 

Zoals een man lopend

in de straten van Athene

het trottoir opzoekt

de schaduw wenst en zonlicht

zo veel mogelijk vermijdt

 

Zegt Tom van Deel.

 

‘Zoals,’ zegt Van Deel, dus ook in dit gedicht zal wel niet alleen maar staan wat er staat en vanwege Athene kom ik al snel bij Plato, ondanks de hitte, wat zou betekenen dat Van Deel hemel en aarde, of leven en dood, hier misschien wel stuivertje laat wisselen.

 

Vorige week nog fietste ik met Henk, van de Middellandse Zee terug naar Arles. Ook daar zag ik een thermometer en die gaf dezelfde temperatuur aan die ik een week later in Zeeland zou treffen. Het vlakke land van de Camargue bood al net zo weinig beschutting, dus we waren blij met het kerkje van Gageron en het kerkhofje daaromheen. Er waren bomen. Er waren zelfs twee bankjes in de schaduw. Maar nog voor we onze lunch tevoorschijn hadden gehaald, werden we overvallen door knutten. Bij wolken tegelijk komen ze op ons af. We zijn toen maar de brandende zon in gevlucht en hebben ons brood gegeten terwijl de kaas er van af droop.

 

Zou het geluk dan inderdaad alleen maar daar te vinden zijn waar je niet bent? Dan zou er, als we met Jodocus van Lodestein zingen van ‘hier beneden is het niet’, van boven teruggeroepen kunnen worden: hier ook niet.

 

Het is te warm voor dit soort overwegingen. We lopen maar door. Het blijft me verbazen dat er langs onze weg door de duinen zovéél bankjes staan. Bankjes waar nooit iemand op zit. Zou het in de hemel ook zo stil zijn?

 

T. van Deel, Herfsttijloos. Em. Querido's Uitgeverij, Amsterdam / Antwerpen 2016.

 

Jodocus van Lodenstein, Een bundeltje uitgekipte geestelyke gezangen. Pieter en Hendrik Stuyvesant, Steenwijk 1718.

Submit to FacebookSubmit to Twitter