Door Len Borgdorff, 19 december 2016

 

Geluk is een kwestie van herhaalde vorm, een wij-doen-dat-altijd-zo-gevoel. Daarom koop ik de kerstboom op de dinsdag na Sinterklaas en op een vast adres. Als het kan, gaat er een kind mee en meestal is ook Annette van de partij. In dat geval kopen we twee kerstbomen. Thuis moet eerst de kluit passend en stevig in de mand. Dat valt nog niet mee. Ik rommel met plastic, verwijder grond of voeg die toe, snoei zonodig de wortels bij. 

Pas daarna mag de boom naar binnen, op de rode plank met wieltjes. Als dan ook de kerstspullen van zolder zijn gehaald, mag de kerst-cd worden opgezet, een eigen compilatie die begint met 'Nu syt wellecome' van Herman van Veen en Ton Koopman. Intussen ben ik begonnen met de lampjes: twee strengen die altijd in de knoop zijn geraakt en waarvan eenmaal aan een tak bevestigde lampjes vaak weer moeten worden losgemaakt om een andere route voor de streng bij nader inzien tot een betere verdeling over de boom lijkt te leiden. Herman van Veen komt een paar muzikale momenten later een tweede keer langs, nu met ook 'O Kerstnacht, schoner dan de dagen.' Intussen laten de van kou bevende ledekens van het kindeke me niet onberoerd en dat maakt mij nog ontvankelijker voor de ellende die Vondel ons voorschotelt in zijn wrange kerstlied.

 

Kerstlied

Lees gedicht

 

Kerstlied 

O Kerstnacht, schoner dan de dagen,
hoe kan Herodes 't licht verdragen,
dat in uw duisternisse blinkt
en wordt gevierd en aangebeden?
Zijn hoogmoed luistert naar geen reden,
hoe schel die in zijn oren klinkt.

Hij poogt de Onnoozle te vernielen
door 't moorden van onnoozle zielen,
en wekt een stad- en landgeschrei
in Bethlehem en op den akker
en maakt de geest van Rachel wakker,
die waren gaat door beemd en wei.

Dan naar het westen, dan naar 't oosten.
Wie zal die droeve moeder troosten,
nu zij haar lieve kinders derft?
Nu zij die ziet in 't bloed versmoren,
aleer ze nauwlijks zijn geboren,
en zoveel zwaarden rood geverfd?

Zo velt de zeis de korenaren,
zo schudt een bui de groene blaren,
wanneer het stormt in 't wilde woud.
Wat kan de blinde staatzucht brouwen,
wanneer ze raast uit misvertrouwen!
Wat luidt zo schendig dat haar rouwt!

Bedrukte Rachel, schort dit waren:
uw kinders sterven martelaren
en eerstelingen van het zaad,
dat uit uw bloed begint te groeien
en heerlijk tot Gods eer zal bloeien
en door geen tirannie vergaat.

Dat is de rei van Klaerissen aan het einde van het derde bedrijf van de Gijsbreght van Aemstel,  Vondels toneelstuk uit 1637, dat zich afspeelt in de kerstnacht van 1304. Amsterdam is dan een tijdlang belegerd geweest, maar de belagers hebben zich plotseling teruggetrokken en de stad lijkt bevrijd. Het blijkt allemaal doorgestoken kaart te zijn, want een kleine deel van de belegeraars is in een schip de stad in gehaald en als de Amsterdammers in de Kerstnacht naar de mis zijn om de geboorte van Christus te vieren, maken die soldaten de stadspoorten open en Amstelredam wordt ingenomen op een manier die doet denken aan de verovering van Troje ooit. 

Allereerst moet het Klaerissenklooster eraan geloven. In bedrijf vier, dus vlak na het prachtige lied waarmee zij het derde afsloten, worden de nonnen verkracht en vermoord, zoals in de eerste Kerstnacht ooit de kleine jongetjes in Bethlehem gedood werden.

Ik houd van Vondel, van zijn barokke stapelingen, zijn climaxen en anticlimaxen, zijn antithesen en paradoxen. Vondel is briljant én hij heeft soul. Ik zal altijd van hem blijven houden.

Met de kerstboom gaat het goed. Ik beperk me tot de lampjes en daarmee ben ik net zo lang bezig als de cd duurt, 66 minuten. Dan is ook Sufjan Stevens uitgezongen en kan Mente aan de slag met de versierselen.

'Bedrukte Rachel, schort dit waren, uw kind'ren sterven martelaren,' laat Vondel de Klaerissen vlak voor hun dood zingen. Onze boom staat al enkele dagen in volle glorie kerstboom te wezen als er in een koptische kerk in Cairo een bom naar binnen wordt gegooid: 25 doden en 49 gewonden. Zou Rachel intussen inderdaad hebben durven stoppen met haar dwalen over de akkers en velden? 'O Kerstnacht, schoner dan de dagen,' ik durf het amper te zingen, amper naar de boom te kijken.

Submit to FacebookSubmit to Twitter