Jaap Goedegebuure gaat een biografie van Frans Kellendonk (1951-1990) schrijven. Daarvoor heeft hij zojuist een afspraak gemaakt met uitgeverij Querido, vertelde hij Liter. Goedegebuure, literair criticus en emeritus-hoogleraar van de Leidse universiteit, werkt op dit moment samen met Oek de Jong aan een uitgave van de brieven van Kellendonk, te verschijnen in het voorjaar van 2015 (eveneens bij Querido). Dan is het vijfentwintig jaar geleden dat de schrijver stierf, op 39-jarige leeftijd. Goedegebuure schreef eerder de biografie van H. Marsman.
De biografie vloeit rechtstreeks voort uit de voorgenomen briefuitgave. ‘Door onze omgang met de brieven ben ik hem beter gaan zien. Het is net als met het afdrukken van een portretfoto: je staat in de donkere kamer boven de bak met ontwikkelaar en langzaam zie je de gelaatstrekken verschijnen.’

 

Je kende Frans Kellendonk toch al uit het werk en de interviews?

 

‘Zeker, maar uit de brieven rijst toch een ander en veel completer beeld op. Minder de schrijver, meer de mens. Iemand die het anderen en zichzelf moeilijk kon maken, een complexe en ambigue persoonlijkheid. Hij was een hartstochtelijk en impulsief minnaar. Tegelijkertijd was de homoseksualiteit voor hem een probleem, zoals zijn verhouding tot en waardering van vrouwen dat ook was. Die tweeslachtige gevoelens worden breed uitgespeeld in zijn roman Mystiek lichaam (1986).’

 

Jaap Goedegebuure is bestuurslid van de Stichting Frans Kellendonk Fonds. In die hoedanigheid plaatste hij samen met Oek de Jong enige tijd geleden een oproepje achterop NRC: wie heeft er brieven van Kellendonk in de la liggen? Daar kwam meteen een aantal reacties op. Inmiddels liggen er zo’n tweehonderd brieven. Driehonderdvijftig pagina’s bij elkaar, schatten de beide editeurs. Het is een kwestie van nader overleg met alle betrokkenen wat daarvan uiteindelijk gepubliceerd gaat worden.

 

Overigens kwam Arie Storm in 2006 met het bericht dat hij de biografie van Kellendonk zou gaan schrijven. Goedegebuure: ‘Ja, maar tijdens elke jaarvergadering van de Stichting Frans Kellendonkfonds moesten we vaststellen dat dit project niet erg opschoot. Met de briefuitgave vragen we nu nieuwe aandacht voor de persoon van Kellendonk. Je moet bedenken dat Het complete werk al jaren geleden verramsjt is. Er worden dus samen met Querido ook voorbereidingen getroffen voor een nieuwe editie. Omdat Frans Kellendonk een van de belangrijkste Nederlandstalige schrijvers van de laatste halve eeuw is, verdient hij ook een biografie. Toen collega-bestuursleden van de stichting mij uitnodigend aankeken, heb ik wel even na moeten denken. Maar nu heb ik het besluit genomen. Vanaf januari kan ik echt beginnen en ga ik er een paar jaar non stop aan werken.’  

 

Kellendonk heeft zich als geen andere Nederlandse schrijver rekenschap gegeven van de christelijke wortels van onze cultuur. De titel van zijn roman Mystiek lichaam is ook spiritueel op te vatten. Verder was hij niet bang voor een zekere mate van religieus praktiseren. Wordt het een religieus portret?


‘In alles wat ik tot nu toe over Kellendonk geschreven heb, speelde dit aspect al een belangrijke rol. Hij was een godzoeker, maar nee, geen mysticus. Hij zocht de geloofsbeleving vooral in het katholieke ritueel, al betekende dat nu ook weer niet dat hij regelmatig de mis bezocht. Naar eigen zeggen nam hij dikwijls de benen voordat de dienst was afgelopen, uit pure weerzin en plaatsvervangende schaamte. Hij koesterde een sterk geïdealiseerd en nostalgisch beeld van de Moederkerk, dat niet veel verschilde van wat de romantici er omstreeks 1800 van maakten, het beeld van gemeenschap en maatschappelijke cohesie in het bezielde en bezielende verband van het ongedeelde christendom. Het is overigens een beeld waar historisch gezien erg veel op valt af te dingen. De eucharistieviering bood Kellendonk een structuur waarin het goddelijke ervaren kon worden. Daar wordt immers de fysieke aanwezigheid van Christus gerealiseerd. Ondertussen lukte het hem niet in om in een transcendente god te geloven. Hij kwam niet verder dan de bereidheid om “oprecht te veinzen”, waarbij je die oprechtheid volkomen serieus moet nemen. In Geschilderd eten, een diepgravende beschouwing over Vondels leerdicht Altaergeheimenissen trok Kellendonk de vergelijking met het toneel. Als Pierre Bokma Hamlet speelt, is hij Hamlet, hij maakt hem tastbaar aanwezig, terwijl we natuurlijk wel degelijk beseffen dat het Pierre Bokma is die daar op de bühne staat. Het gaat, zoals de romanticus Coleridge naar aanleiding van Hamlet al zei, om the willing suspense of disbelief.’

 

Ten slotte: bij verschijnen in 1986 riep Mystiek lichaam bevreemding en hevige kritiek op wegens de onversneden homo- en jodenfobie van vader en zoon Gijselhart.


‘Leendert Gijselhart is zelf homoseksueel. Zijn kritiek is zelfspot en grenst aan zelfhaat. Net als alles in deze roman is ook dat element gedrenkt in parodie en groteske. Dat kun je ook zien aan de stijl: die druipt van de ironie. Het jodendom heeft de geschiedenis uitgevonden, lezen we in het boek, maar het is een geallegoriseerde Geschiedenis die het zegt, op zo’n dwingende manier dat je het maar half serieus kunt nemen. De parodistische strategie heeft het effect dat de boodschap van Mystiek lichaam tweeledig is: de zogenaamde seculiere cultuur is nog lang niet los van haar wortels, maar ondertussen zakken de religieuze instituten onstuitbaar in elkaar. In de roman is er op enig moment een woonhuis waar in een nis een christusbeeld wordt geplaatst. Het past niet, dus slaat men het hoofd eraf. Symbolischer kan het niet. Het lichaam, dat wil zeggen de mensengemeenschap, is er nog, maar dan wel als een kip zonder kop. Christus, het hoofd, ontbreekt. Je hoort Paulus verstommen. Kellendonk is altijd vlijmscherp, over alles en iedereen, af en toe op het vileine af.’

 

Gerda van de Haar, 1 oktober 2014

Submit to FacebookSubmit to Twitter