door Len Borgdorff, 8 augustus 2014

 

Van de flamboyante buurvrouw een eindje verderop heb ik altijd gedacht dat zij me wel zou groeten als we elkaar op een camping aan de Dordogne zouden tegenkomen. Er zijn meer mensen met wie ik niet on greeting terms ben hier. Zo gaat dat.
Ze is een prachtige, veelkleurige verschijning. Lange jurken, een onbeheersbaar kapsel. Ik begrijp heel goed dat zij en haar man in een roze lelijk eendje rijden, een deux chevauxtje uit de jaren zestig.

Haar man is heel anders: die ziet er juist tamelijk keurig uit. Hij valt alleen maar op door zijn vrouw en zijn auto. En door de kleur van zijn schuur, maar de keuze voor gifgroen zal wel van haar zijn.
We groeten elkaar al jaren niet. Nergens om.
Maar nu hoorde ik dat het uit is tussen die twee, al een paar maanden zelfs. Ik had er niets van gemerkt.
Gistermiddag zag ik haar weer. Ze fietste door de straat, keek me aan en zei vriendelijk gedag. Alsof we ons op een camping in de Dordogne bevonden. En zojuist, toen ik het poortje in wilde fietsen, zag ik haar plotseling achter de achterklep van de achterbak van de lelijke eend tevoorschijn komen. Ze lachte naar me, zwaaide zelfs even. Natuurlijk, dacht ik, die auto is voor haar. Nu zal de schuur binnenkort bruin geverfd worden.
Wie weet zie ik haar ooit nog eens. In Argentat bijvoorbeeld, op de camping.

 

In de rubriek 'Buren' schrijft Len Borgdorff over gesprekken met zijn buren. Zie ook de website van de auteur: www.lenborgdorff.nl

Submit to FacebookSubmit to Twitter