door Ruben Hofma, 18 december 2013

 

Geld is in de portemonnee van velen schaarser geworden; de waarde ervan is voor hen toegenomen. Maar er is ook een geval bekend dat het helemaal niet beschikbaar is: al in oktober had Geld moeten verschijnen volgens uitgeverij Atlas Contact. Het is de derde dichtbundel van Arnoud van Adrichem. De status van het boek staat echter op ‘niet beschikbaar’. Wat prettig zou het zijn als Geld alsnog beschikbaar wordt voordat de Kerstman langs sleet en in kapitalistische sokken zijn zak leegt.

 

 

 

Waar het voor Van Adrichem (hoofdredacteur van het doodzondig leeggebloede literaire tijdschrift Parmentier, medeoprichter van het platform voor literaire kritiek De Reactor en redacteur van het Vlaamse literaire tijdschrift Dietsche Warande & Belfort) begon met de poëzie, weet ik niet. Ik kan ook niet makkelijk bedenken met welke Nederlandstalige dichters zijn poëzie vergelijkbaar is. Nou ja, Piet Gerbrandy, Jan Lauwereyns en Sybren Polet komen in de buurt, maar nog op kilometers afstand – als de Benelux een plattegrond van dichters was, dan zou Amsterdam Van Adrichem zijn, en Leiden bijvoorbeeld Gerbrandy. Andere invloeden zijn vast vindbaar in de Amerikaanse literatuur, waarover Van Adrichem regelmatig schrijft.

 

Voor mij begon het met zijn poëzie al meteen in 2008, toen zijn debuutbundel Vis verscheen bij uitgeverij Contact. De strak vormgegeven bundel werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en won de Hugues C. Pernathprijs en het Charlotte Köhler Stipendium. Vis was naast Ramsey Nasrs Onhandig bloesemend en Menno van der Beeks Kaddisj een van de eerste moderne, individuele dichtbundels die ik las en de goede wesp stak meteen raak.

 

Wat een vreemde, originele gedichten. De stem van een dichter kom je dikwijls tegen in gedichten, maar Van Adrichem is een spook. Zo ongrijpbaar mededelend en zinnenwerpend is zijn werk (enkele Vis-gedichten staan online). Het maakt het herleesbaar, maar dat komt ook door de mooie beeldtaal (‘(…) Zo wordt u gedacht / te bestaan uit vele liters rode verf.’) En komisch zijn de gedichten – een moeilijke lacher als ik moet regelmatig grijnzen bij lezing van zijn werk (‘Enzovoorts. / Begrijpelijk als een gedachte (op papier).’) Niet alleen de gedichten zijn grappig, er is ook een afdeling ‘Peer’ waarin geen enkele peer wordt genoemd, maar appels des te meer.

 

De onbekende spreker – die van afstandelijkheid en collectivisme veel ‘u’ en ‘wij’ gebruikt – in de bundel bracht ik toen in mijn eigen gedichten in. En ook de blokvorm van veel van Van Adrichems poëzie nam ik over. Gelukkig ben ik daarmee gestopt; zijn stijl bezigen is een doodlopend spoor. Alleen híj kan het en moet het doen. In 2010 bracht de dichter zijn tweede bundel: Een veelvoud ervan. Geheel in lijn met het debuut, alleen staan er in Een veelvoud ervan enkele langgerekte gedichten, zoals ‘Buiten’ dat eerder in een gelimiteerde versie verscheen.

 

En binnenkort is er Geld. De beschrijving staat online: “'Geld is gebruiksvriendelijk,' beweert Arnoud van Adrichem. Geld is bovendien 'zeer laagdrempelig'. In Geld, zijn derde dichtbundel, laat de dichter zich meevoeren door geldstromen die steeds van richting veranderen en zich eindeloos vertakken. Hoewel het investeringsklimaat gunstig lijkt, wankelt de champagnepiramide. In even betrokken als geestige gedichten toont Van Adrichem ons de poëzie van de economie: 'Het is niet moeilijk (zelfs heel makkelijk) om in de maan/ "een zilveren munt te zien, in de zon een goudsmelterij en/in elk bedauwd spinnenweb een juwelier - dat is te doen, /ook als u failliet bent.'” De poëzie van de economie dus, maar wanneer wordt Geld nou beschikbaar? Het zou al beschikbaar moeten zijn volgens de planning. Misschien wordt om crisisredenen bij de uitgever 2014 pas het jaar van Geld. Of om redenen van verkooptactiek. Laat de bundel stromen.

Submit to FacebookSubmit to Twitter