door Elizabeth Kooman, 26 augustus 2013

 

Het overkomt klassieke romans regelmatig: ze worden verfilmd en verfilmd en verfilmd. Soms is de volgende verfilming een herhaling van zetten. Soms ontstaat er een nieuw kunstwerk. Zo zie ik de nieuwe Anna Karenina van regisseur Joe Wright (2012). Het verhaal is van Lev Tolstoi, en Wright houdt zich aan de grote lijnen daarvan. Maar het perspectief is het zijne, nieuw en fris. Wright speelt met het thema kijken en bekeken worden. De toon is direct gezet als de film begint met een doek dat wordt opgehaald. Het grootste deel van de film zal zich afspelen in een theater, waar met rekwisieten wordt gesleept om van de ene ruimte in de andere te belanden. De krochten van het theater, daar waar ingewikkeld katrolwerk wonderlijke dingen op het toneel mogelijk maakt, worden ook decor, decor van de krochten van de samenleving, of van de krochten van de menselijke geest.

 

Bij al het kijken – verliefd naar elkaar, of afkeurend naar de falende ander – wordt er ook veel gedanst en is muziek onontbeerlijk. Wright heeft zelfs van het stempelen van papieren een choreografisch feestje laten maken. En er zijn bals, natuurlijk. Het bal bijvoorbeeld waarop Anna voor het eerst met graaf Wronski danst en waar duidelijk wordt dat deze twee mensen, Anna’s huwelijk ten spijt, bij elkaar zullen horen. Zij zetten de anderen in beweging, de paren staan bevroren tot Anna en Wronski hen al dansend zijn gepasseerd. Als kijker zit je inmiddels midden in de tijd van theaterbezoeken en tableaux vivants.

 

Afbeelding: Anna Karenina en Graaf Wronski

 

Ineens is me ook duidelijk waarover het lied van Tchaikovski gaat dat ik aan het studeren ben (‘Средь шумного бала’ Op. 38 nr. 3). Het was op een bal dat ik je zag, zingt de verteller. Dat zien van die ander, dat opmerken van precies die ene in de drukte gaat hem niet in de koude kleren zitten. De tekst van het lied is van A.K. Tolstoi, familie van Lev Tolstoi. Nu heb ik een plaatje in mijn hoofd en zing wat ik voor me zie. Al zingend dans ik naar de boekenkast, en pak Anna Karenina van de plank. De komende dagen zal ik in Tolstois wereld verdwijnen zoals ik als kind in mijn boek kon verdwijnen. Daar ontdek ik het moois waarvoor Wright geen ruimte had. De gedachtewereld van Lewin bijvoorbeeld, die worstelt met zichzelf en zijn geloof. En die uiteindelijk ontdekt, en vast na de laatste bladzijde van de roman steeds opnieuw zal moeten ontdekken: ‘Iedere minuut van mijn bestaan heeft een positieve betekenis gekregen omdat het in mijn macht ligt er iets goeds in te verrichten.’

 

Submit to FacebookSubmit to Twitter